Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het huiselijk geluk van dokter Bakowski wankelde tot in zijn grondvesten. Zijn zoon, die met zooveel vreugde uit Davos was teruggekeerd, vond zijn ouders ontstellend veranderd en welhaast onherkenbaar; zijn moeder hield tegenover iedereen met moeite en nood den schijn op van een gelukkig huwelijksleven, en wat eraan ontbrak vulde Bakowski aan met leugens. Bakowski, die nimmer gelogen had — zijn zoon was daar zéker van — gaf zich zelfs geen moeite meer, zijn leugens met een schijn van waarheid te omkleeden. Hij ontweek de blikken van zijn huisgenooten; wanneer er in zijn tegenwoordigheid iets besproken werd, bleek hij het gesprek niet te hebben gevolgd; hij was met zijn gedachten elders, en altijd had hij iets over zich of hij zich schaamde en liever alleen was. Hij verrichtte zijn taak werktuigelijk en met duidelijken tegenzin, en vaak leek hij iemand zonder de minste ruggegraat, een moreel en fysiek wrak. Meer dan ééns had de zoon zijn vader er op betrapt, dat deze huilde, en de dokter had zich zelfs niet de moeite gegeven zijn deerniswekkend gezicht, waarover langzaam en zonder ophouden de tranen druppelden, voor zijn zoon te verbergen.

De moeder schreide nog vaker, en haar zoon vermoedde een dreigend en somber geheim, waarvan hij echter den aard niet raden kon. Zijn ouders beminden elkander, spraken over elkander met groote teederheid en een mengeling van medelijden, en telkens als een van beiden tegenover den jongen over den ander sprak, voelde hij, dat

De Ziekte die Liefde heet. 7

Sluiten