Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het eerst voelde geen van beiden zich bijster op zijn gemak. Madame Bannalec, zoowel als Bakowski gaven zich rekenschap van het vreemde in hun wederzijdsche verhouding. Bakowski, die als dokter toch aan delicate situaties gewend was, was zenuwachtig en verlegen. Madame Bannalec, die verwacht had een minder robuust, en minder ernstig uitziend persoon te ontmoeten, een soort schoonzoon in spe, gemakkelijk met enkele verstandige raadgevingen tevreden te stellen, onderging de onaangename sensatie zich de mindere te voelen, en zag zich min of meer in de rol van een koppelaarster die tegenover een ouden schuinsmarcheerder den besten prijs voor haar dochter wil bedingen. Het speet haar, dat zij zich op dit terrein vol voetangels en klemmen gewaagd had.

Doch al spoedig wist Bakowski de juiste woorden te vinden, en het warme, diepe timbre van zijn stem stelde de beide vrouwen op haar gemak.

— Madame, zei hij eenvoudig, en zonder eenig vertoon, het is mij een bizonder voorrecht kennis te mogen maken met de moeder van een zoo aantrekkelijke en beminnelijke dochter. Mijn gelukwenschen!

— Ik reken het mij allerminst als een verdienste aan, antwoordde madame Bannalec glimlachend. Ik hoor van Anne, dat u buitengewoon goed voor haar bent, een werkelijke vriènd, en ik neem met genoegen de gelegenheid te baat u daarvoor te bedanken. Zij is zoo vèr van ons verwijderd, in dat groote Parijs, nietwaar ? . . .

Sluiten