Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De beide jongelui waren reeds vroeg in den morgen vertrokken, en kwamen ruimschoots op tijd om de Hoogmis en de processie bij te kunnen wonen.

In het dorp, waar het zwart zag van bedevaartgangers, heerschte een gezellige drukte. De nauwe straten waren met tapijten en frissche bloemen versierd. De gevels der huizen gingen schuil achter de witte lakens en vlaggen. Op de vensterbanken brandden ontelbare kaarsen ter eere van de Madonna. Hier en daar in het dorp klonk reeds de vreemde, weemoedige Bretonsche muziek van dwarsfluit en doedelzak.

Naast de bewoners van Rosporden zag men visschers uit Concarneau, matrozen uit Lorient, kooplieden en notabelen uit Quimper, en landlieden uit den verren omtrek. Het was als een carnaval van lieflijke poëzie, want bijna allen : de meisjes met hun zuivere, sereene gezichtjes zoowel als de jongens, de grijsaards zoowel als de kinderen, droegen den karakteristieken tooi van hun landstreek : kanten mutsen, breed gerande vilten hoeden, en zwart fluweelen dassen; fijn geplooide halskragen; fel-kleurige schorten; linten en kanten. En zelfs de allerkleinsten, kindertjes die amper konden loopen, droegen met kennelijken trots hun zware tot de enkels afhangende rokken. Ernstige groepen torschten van gouden en zilveren medailles twinkelende vaandels en banieren.

Het oude kerkje kon onmogelijk de toegestroomde menigte bevatten.

De beide jongelui, die nog nooit een „Pardon" hadden

Sluiten