Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bijgewoond, zagen met levendige belangstelling aldus de rijk geschakeerde Bretonsche ziel zich ontplooien. Zij hadden hun fietsen in een herberg gestald, waar men bezig was den vloer in de was te zetten met het oog op het bal van den namiddag. Daarna volgden zij de menigte die naar de kerk stroomde; doch er was hoegenaamd geen kans meer om er binnen te komen. De veldwachters voor de kerkdeuren lieten niemand meer toe, en met een duizendtal anderen — bedevaartgangers en toeristen — wachtten Henry en zijn vriend buiten. De hooge deuren stonden wijd open. In het gedempte licht binnen de kerk kon men het altaar onderscheiden, waarover ontelbare kaarsen haar zachten gouden gloed wierpen; en de priesters in hun plechtgewaden, die den Hoogdienst celebreerden. Onder de hooge gewelven dreven ijle slierten wierook, die zich met de machtige stemmen van het jubelende orgel vermengden.

Maar de oude klok begon te luiden. De dienst was geëindigd, en de processie kwam naar buiten : een unieke stoet van kostbare banieren, extatische gezichten, heiligenbeelden, pelgrims in hun ouderwetsche kleurige kleederdrachten, uit den verren omtrek samengestroomd, trok langzaam en statig naar buiten, met gewijde zangen, in een apotheose van kleuren en licht.

Verrukt sloeg Henry het schouwspel gade, toen hij eensklaps onder de menigte, welke uit de kerk stroomde, de gestalte van een jonge vrouw ontdekte, die langzaam voortschreed, en bijna rakelings aan hem voorbijging,

Sluiten