Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Overal. Voor het stadhuis, en bijna in alle cafés.

— Waar gaat u naartoe, als ik vragen mag?

— U bent nogal nieuwsgierig uitgevallen, jongeman. Maar .... het is vandaag „Groot Pardon" .... en dus .... nietwaar? moeten wij u vergeven .... Mijn zuster en ik gaan naar het park van het kasteel, op den weg naar Tourc'h, aan den rand van den vijver. Dat is vrijwel de beste gelegenheid uit den omtrek. De entrée bedraagt vijf frank .... Maar het loont niet de moeite er vóór acht uur vanavond heen te gaan.

— En .... omdat we vandaag toch voor alles bij voorbaat pardon hebben, mag ik u misschien nog één vraag stellen, — de laatste tot nader order?

Zij wendde opnieuw haar gezicht naar hem toe, en glimlachte : de glimlach van het portret.

— Waar gaat u nu naar toe?

— Wij gaan dejeuneeren.

— Bij de oudelui?

— Nee, wij wonen niet hier.

— Zoudt u ons het genoegen willen doen, onze invitatie aan te nemen, en met ons te gaan lunchen ?

.... Na de lunch, toen hij zeker was, zijn vader in het hotel te treffen, belde Henry Concarneau op, en vroeg verlof iets later thuis te mogen komen. Hij kreeg permissie tot middernacht.

Sluiten