Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vijven, toen de jongen den sleutel, dien Janine hem had toevertrouwd, in het slot van de deur van haar appartementje stak, achter hen de deur sloot, er den grendel op schoof, het meisje in zijn armen nam, en naar het bed droeg, waar hij haar voorzichtig neerlegde.

Welken dag hebben we vandaag? vroeg zij.

— Sedert middernacht is het Dinsdag.

Dinsdag ! . . . . 's Morgens tegen tien uur zou Bakowski komen ! . . . .

In de badkamer verwijderde zij crème en rouge van haar gezicht, ontkleedde zich, nam een douche, en vervolgens alvorens in het bed te stappen, waar Henry reeds deed of hij sliep — sloop zij naar de voordeur en

schoof er den grendel af.

* *

*

Janine was reeds vroegtijdig wakker.

Zij had weinig of niet geslapen. Het grijze licht van den nieuwen morgen bleekte reeds een strook van het plafond langs het venster, toen Henry haar voor het laatst nogeens omhelsde, en haar „Welterusten" wenschte. Weldra lag hij in diepen slaap verzonken, met zijn hoofd tegen den schouder van zijn vriendin, die, zenuwachtig, naar alle opduikende geluiden luisterde.

Het huis begon langzaam te ontwaken. Een wekker ratelde ergens; een venster werd geopend; boven hen klopte men een kleed uit... . Over drie uur zou de dokter binnenkomen!

Sluiten