Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het vervolg nog blijken. Er is echter geen strijd gevoerd, die leidde tot het verdringen van den adat. Veeleer moet het gemis aan krachtig levende adatregels de oorzaak zijn van het — zij het uiterlijk —> aanvaarden van regelingen van vreemden oorsprong.

Dat dit verschijnsel bij het civiele proces meer tot uiting komt dan bij het strafprocesrecht, is hieraan toe te schrijven dat, zooals werd opgemerkt in § 3, het vooronderzoek in strafzaken zoo goed als geheel in handen is van gouvernementsambtenaren en hun wijze van onderzoek voldoende waarborgen biedt dat met een hoofdzakelijk hierop gebaseerd vonnis genoegen kan worden genomen, al valt over de zwaarte van de straf soms te twisten. Die waarborgen bestonden niet t.a.v. het civiele procesrecht en deze leemte heeft men gemeend te moeten aanvullen door de invoering van gouvernementsregelingen te bevorderen.

Toch zijn er wel aanwijzingen waaruit blijkt dat de oude opvatting niet geheel verdwenen is. In de landschappen Asahan, Deli en de onderhoorigheid Padang, Langkat, Serdang en de Batoe Barasche landschappen wonen de djaksa's alle zittingen van de groote kerapatans bij, zoowel die in strafzaken als die in civiele zaken. Bij den gouvernementsrechter wonen de djaksa’s alleen de strafzittingen bij. Hieruit blijkt dat een onderscheid tusschen beide soorten zaken niet gevoeld wordt en dat naar inheemsche opvatting de overheid in beide soorten van zaken een overeenkomstige taak heeft. In overeenstemming hiermede bepalen de rechtsregelingen voor de landschappen Deli (en de onderhoorigheid Padang)

Sluiten