Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

's raads beslissing in hooger beroep komen bij den gewonen rechter (groote kerapatan).

De afhankelijkheid van den godsdienstigen rechter t.o.v. het zelfbestuur blijkt nog sterker in Serdang. *)

Hier bestaat geen permanent college voor de berechting van godsdienstige geschillen, maar de gewone rechter beslist deze. Heeft de laatste de voorlichting noodig van deskundigen dan benoemt de voorzitter van de groote kerapatan een raad oegama, bestaande uit een voorzitter en eenige leden.

Deze raad heeft dus een adviseerende taak.

In de andere landschappen is zelfs een raad agama als adviescollege onbekend. De gewone rechter wint in geschillen van godsdienstigen aard het gevoelen in van een ter terechtzitting aanwezigen mohammedaanschen geestelijke, de kadli.

In het landschap Deli kent men bovendien den kadli toeankoe, den sultanskadli, die het zelfbestuur van advies dient in godsdienstige kwesties van buitengewoon belang. Het is echter niet gebruikelijk dat hij de terechtzittingen der kerapatan bijwoont. Acht het zelfbestuur zijn advies noodig dan wordt dit schriftelijk uitgebracht en op de terechtzitting voorgelezen.

Deze organisatie van de godsdienstige rechtspraak is alleen verklaarbaar uit het karakter van het vorstenbestuur, dat naast zich niet een andere instantie erkennen kan, die mede bevoegd zou zijn beslissingen te geven

1) Adatrechtbundel 28, blz. 332.

Sluiten