Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze verordening geldt ook voor:

de Batoe Baraschelandschappen: zelfbestuursverordening van 30 November 1932, no 147, goedgekeurd bij besluit van den Gouverneur van Sumatra’s Oostkust van 24 Augustus 1933 no 48;

de Karo landschappen: zelfbestuursverordening van 15 November 1932 no 93, goedgekeurd bij besluit van den Gouverneur van Sumatra’s Oostkust van 24 Augustus 1933 no 44;

de Simeloengoensche landschappen: zelfbestuursverordening van 18 November 1932 no 11, goedgekeurd bij besluit van den Gouverneur van Sumatra’s Oostkust van 5 December 1932.

De aanhef van de voor het landschap Serdang vastgestelde eedsregeling luidt anders dan die van de eedsregelingen, welke in andere landschappen geldt, nl.:

In het algemeen worden getuigen niet beëedigd, zulks in overeenstemming met godsdienst en adat, behoudens uitdrukkelijken wensch van den rechter. In verband echter met de eischen des tijds dient de mogelijkheid geopend te worden om getuigen te kunnen beëedigen, met inachtneming van godsdienst en adat van het landschap Serdang.

Artikel 1

Indien de rechtbank het uitdrukkelijk noodig acht kunnen getuigen ter bevestiging van door hen afgelegde getuigenissen, zoowel in burgerlijke als in strafzaken, beëedigd worden, met dien verstande dat voor de beëediging van de Tengkoe Parmaisoeri *), Xengkoe Poetra Alahkota ®), landsgrooten, rechters en hun respectievelijke echtgenooten toestemming noodig is van Z.H. den Sultan.

Artikel 2 enz.

(Zie vorige bijlage.)

!) De echtgenoote van den Sultan. a) De opvolger van den Sultan.

Sluiten