Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is aangehouden, in voorloopige hechtenis zal blijven of anders daarin zal worden gesteld, indien het feit strafbaar is met een gevangenisstraf van ten hoogste 5 jaren of indien het feit valt in de termen van de artikelen 282, laatste lid, 296, 303, 335, eerste lid onder le. 351, eerste lid, 353, eerste lid 372, 378 en 480 van het wetboek van strafrecht of oplevert medeplichtigheid aan of poging tot de feiten in dit artikel vermeld. Voor de toepassing van deze bepaling ten aanzien van een minderjarigen persoon, die voor het begaan van het feit den leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, wordt geen rekening gehouden met het bepaalde bij artikel 47 van het wetboek van strafrecht.

Artikel 2

In alle andere gevallen tenzij de van ouds gebruikelijke zeden en gewoonten, de adat, zulks voorschrijft of aannemelijk maakt, mag geen bevel van gevangenhouding worden gegeven en zal de verdachte, als hij in hechtenis is, dadelijk op vrije voeten worden gesteld.

Artikel 3

De in artikel 1 bedoelde personen zijn echter, zoolang zij de stukken niet hebben verwezen naar den kerapatan besar, steeds bevoegd de verdachten, in het eerste lid bedoeld, in vrijheid te doen stellen, wanneer zij de aanhouding of de voorloopige hechtenis niet meer noodig achten en verdachten, wier inhechtenisstelling kan worden bevolen, doch die voorloopig op vrije voeten zijn gelaten, alsnog in preventieve hechtenis te stellen.

Artikel 4

Indien bij het onderzoek in het volgende lid bedoeld blijkt, dat zij het feit ten onrechte hebben aangemerkt als een bedoeld in het eerste lid, gelasten zij de onmiddellijke invrijheidstelling van den verdachte.

Artikel 5

(1) De in artikel 1 bedoelde personen zijn wijders verplicht tot het houden van een nader onderzoek, ingeval het feit met de doodstraf of met levenslange gevangenisstraf dan wel tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste twintig jaren

Sluiten