Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij draagt zijn ongedurigheid met zich mee als een onvermijdelijk kwaad, maar in deze jaren zijn de vruchtbare ogenblikken van geestdrift en energie nog talrijk. In de zomer van 1881 ging hij naar Noord-Brabant en in de omgeving van Boxtel volgde hij de militaire manoeuvres, die hem in verrukking brachten. Hij gaf er zijn ogen de kost en in zijn krabbels en nauwkeurige notities verzamelde hij veel stof voor latere composities. Op zijn ateher teruggekeerd, gaat hij aan het schilderen en aan het aquarelleren en men ziet aan het zonlicht op de heiden, aan de koele schaduw in de dorpen hoe

zijn indrukken niets van hun frisheid verloren hebben. Ook brandt hij van verlangen om portretten te schilderen, liefst damesportretten, en van grote afmetingen, hij heeft durf genoeg en ziet tegen geen moeilijkheden op, maar hij vindt niemand die hem de gelegenheid geeft. Wie zou er in die tijd ook voor gevoeld hebben om door dien nog weinig bekenden, wat vreemden en eigenzinnigen schilder een portret ten voeten uit te laten schilderen? Niemand die hem er toe in staat achtte, ook niet zijn beschermer Van Stolk, aan wien hij begin 1882 schreef over zijn vurige wens „...eens een damesportret levensgroot op een doek van 2.5 Meter hoog (een goddelijke studie) te schilderen". Niet vóór 1887 kwam de langverwachte gelegenheid en werd zulk een „goddelijke studie" geschilderd: in Amsterdam poseerde Mevrouw Frenkel-Bouwmeester voor hem als Francillon. Voordien zou hij zichzelf echter nog veel te leren hebben.

Hij zoekt zijn weg zo goed als het gaat, steeds gestuwd door een

DAME MET KAT. PARTICULIER BEZIT.

Sluiten