Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f

KLEINE STUDIE VAN LIGGEND NAAKT. STEDELIJK MUSEUM, AMSTERDAM.

„welke het meest de schilderkunst nadert"5). Wel is het tekenend voor de verhouding tussen de beide kunsten, dat dezelfde schrijver later onomwonden verklaarde in zijn werk uit die tijd „zijn verwantschap te hebben willen toonen met de groote negentiend'eeuwsche „schilderkunst" 6). Uitvoerig en vaak diepgaand waren de debatten, wanneer de vraagstukken der kunst het onderwerp vormden van de urenlange gesprekken onder die dichters en schilders en een enkelen buitenstaander, avond op avond in de vertrouwde koffiehuizen. En zelfs de jonge schilders namen wel de pen op om hun beschouwingen neer te schrijven. Jacobus van Looy en Jan Veth, maar ook Witsen en Van der Valk (onder pseudoniem) publiceerden hun stukken in de eerste jaargangen van de „Nieuwe Gids".

Amsterdam was in die jaren een centrum waar allen samenkwamen die in zich de behoefte gevoelden iets nieuws te zeggen, ideeën uit te wisselen, theorieën te bouwen en te toetsen aan de inzichten van anderen. Er vormde zich geenszins een „school" met een eenheid van gedachten, maar er ging een onmiskenbare aantrekkingskracht uit van de plotselinge ontplooiing van al die geestelijke activiteiten, en het enthousiasme, de heilige ernst waarvan men algemeen vervuld was, werkten aanstekelijk. In een kring, zo bruisend van levenskracht en zo rijk aan intellectuële energie, kwam Breitner terecht toen hij definitief in Amsterdam ging wonen. Hoewel hij gans niet cerebraal van aanleg was, en zich bij abstracte discussies steeds op de achtergrond hield, was hij spoedig nauw bevriend met de Nieuwe-Gidsers en deelde hij trouw hun uitbundig en soms woelig leven. Zij kenden hem allen, die schrijvers, als iemand die ruig kon zijn maar doorgaans gemoedelijk en ongedwongen in de omgang en zij ontdekten onmiddellijk de grootheid van zijn

Sluiten