Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIER AMSTERDAMSE „WASPITTEN", AQUAREL. VERZ. DR. A. F. PHILIPS, EINDHOVEN.

kleuren, het vervagen van de omtrekken, de laatste gele gloed boven de Nieuwe Kerk, en dan in de duisternis het uitstralen van de etalages in de Paleisstraat, het flauwe schijnsel van de tramlantaarns op de natte keien. Hij tracht de geheimzinnige nachtelijke schaduwen langs de grachten en het strijken van de wind over het zwarte water te tekenen. Soms, op bezoek bij vrienden, kan hij plotseling opstaan en voor het venster een effect van maanlicht door de wolken en op de daken in zijn boekje krabbelen. Er zijn motieven die hem obsederen en die moeilijkheden inhouden, waarmee hij een jarenlang gevecht aangaat. Hij is vertrouwd met de stad en sommige plekken en situaties heeft hij geheel i*1 zyn geheugen geprent. Hij weet hoe een beweeglijke menigte zich over de Dam verspreidt, hoe de dienstmeisjes gearmd langs de winkelruiten gaan en hoe de aapjeskoetsiers op de bok zitten, hij kent de trampaarden bij de naam, evengoed als de koffiepiksters van de Bloemgracht en de kellners uit de „Poort" of de Hartjesdag vierende schoolkinderen. Hij beleeft het oude Amsterdam in al de stemmingen van de jaargetijden en van de uren van de dag, niet neerkijkend van een hoog en verafgelegen standpunt, doch met de menigte meegevoerd, opgenomen in de deiningen van het grotestadsgewoel, midden in de bedrijvigheid en ter plaatse aanwezig bij het werk en bij het vertier.

Sluiten