Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SLEPERSKAR OP BRUG. VERZ. H. E. TEN CATE, ALMELO.

kan hem geregeld zien met zijn vrouw en een enkelen ouden vriend, schakend of dominerend steeds in dezelfde café's. Als hij niet op zijn atelier werkt, loopt hij in Amsterdam of buiten de stad rond te kijken, soms ook gaat hij nog eens in het Rijksmuseum als van ouds de technische volmaaktheid der zeventiend'eeuwse meesters bewonderen. In 1907 maakt hij een tocht door België, in 1908 steekt hij de Atlantische Oceaan over op uitnodiging van de Internationale Tentoonstelling van het Carnegie Institute te Pittsburgh. Hij was weinig gewend lange reizen te maken en deze grote onderneming beviel hem maar half. Een schilderij, voorstellende een gezicht op Pittsburgh onder de sneeuw, opgezet naar krabbels in een schetsboek, het enige stuk dat hij mee terugbracht, bleef onvoltooid (blz. 57). Er komt gaandeweg niets meer uit zijn handen en de berichten over hem worden schaars. In 1914 verhuist hij weer naar de Helmersstraat, van daar gaat hij later naar de Overtoom. Voortdurend door zijn ziekte gekweld, kan hij nog slechts met tussenpozen werken. Dan leest hij veel, zoals hij ook vroeger tussen het werk door boeken verslonden had. Een fonds, door vrienden en kennissen voor hem bijeengebracht, verlicht hem sinds 1917 het moeilijke bestaan. Het besef nauwelijks meer op eigen krachten te kunnen leven moest hem een uiterst wrang gevoel brengen; dat ondanks alle tobberij en moedeloosheid de oude trots in hem niet geheel uitge-

Sluiten