Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DOORBRAAK RAADHUISSTRAAT, AQUAREL. VERZ. C. G. VATTIER KRAANE,

AERDENHOUT.

gebaseerd mag worden. Al is liet moeilijk Breitner's ontwikkeling nauwkeurig vast te stellen, daar hij zijn werk uiterst zelden dateerde, toch bestaat de mogelijkheid de grote lijn te zien van de opeenvolgende veranderingen die zich in zijn smaak, opvattingen en werkwijzen voordoen. En wel is de snelle en merkwaardige ontplooiing van dit talent een boeiend schouwspel.

Kort nadat hij de academische leerjaren achter de rug heeft, tegen 1880 bij Willem Maris, wordt hij zich bewust van de richting waarheen zijn temperament hem drijft. Hij heeft op degelijke manier leren tekenen en de aanwijzingen en lessen van Rochussen en Koelman zijn hem van groot nut geweest bij het verkrijgen van een vaste hand, die kernachtig figuren en paarden op het blad kan zetten. Maar van het echte schilderen kan hij nog niets en juist daartoe voelt hij zich sterk aangetrokken. Wat hij maakt is goed, volgens de begrippen van zijn leermeesters, maar hij zelf ergert zich aan de kleinheid en peuterigheid van zijn geaquarelleerde historische taferelen of stadsgezichten, terwijl hij zich nog niet bij machte voelt de grote ondernemingen uit te voeren waartoe hij in zijn geest al gedrongen wordt. Nu hij echter in aanraking komt met de leidende meesters der Haagse school, nu hij Israëls, Mauve, de Marissen, Mesdag, Tholen werken ziet, breed en flink hi de verf zoals er in Holland in geen jaren geschilderd was, vat hij vlam.

Sluiten