Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WITTE WERKPAARDEN GEM. MUSEUM, 'S-GRAVENHAGE. BRUIKLEEN TH. STOKVIS.

dagen van ononderbroken werk een stuk van het begin tot aan de laatste toets voltooien, maar andere keren moet hij verbeten en met taai geduld het motief lang najagen om er eindelijk zó de essentie van gevat te hebben dat hij zonder aarzehng en vol overtuiging slechts de sprekendste accenten op kan zetten. Een blik in de stapels nagelaten tekenboekjes, vol schetsjes, probeersels en notities, vaak begeleid door waardevolle aantekeningen omtrent plaats, uur, belichting, kleur en stemming, openbaart de ongekende omvang en de intensiteit van het werk dat aan de definitieve schepping voorafging.

Tussen uitersten van juichende uitbundigheid en strenge zelfbeheersing golft de lijn van Breitner's ontwikkeling, sinds de jaren dat hij de heerlijkheid van het schilderen leerde kennen. Stilstand is er nooit en een gewonnen gevecht wordt spoedig door een nieuwe strijd op een ander front gevolgd. Er is uit de jaren'82 en'85 een serie zelfportretten, alle bedoeld als studies in het schilderen van een kop in verschillende wendingen en met verschillende belichtingen, die onderling vergeleken doen zien hoe ruim het terrein van zijn mogelijkheden was. Een van de vroegste, waarschijnlijk in 1882 kort voor zijn ziekte ontstaan, is reeds dadehjk een zo meesterlijk geschilderd zelfportret, dat het misschien zijn weerga niet heeft in gans de Nederlandse schilderkunst der 19e eeuw (blz. 2). Tegen een dofrode achtergrond steken

Sluiten