Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid volgen elkaar met iets wat op regelmatigheid lijkt op. M. hield vol, dat de geest ten langen leste altijd overwint, wat er ook in de wereld aan schandelijks en verschrikkelijks gebeuren moge. Mij is deze voorstelling te vaag. Wat is, om te beginnen, nu precies die „geest", waar alle welwillende lieden het zoo gaarne over hebben. En wanneer komt „ten langen leste" aan de beurt? Als dat na mijn dood is, staat voor mij de overwinning van opgemelden geest gelijk met deszelfs nederlaag.

Wanneer ik voor het gemak en tijdelijk den geest als een enkelvoudig en begrensd, dus definieerbaar begrip, aanvaard, begrijp ik nog steeds niet waarom dat, als eenige uitzondering, onveranderlijk en onsterfelijk zou zijn. Een volkomen en onherroepelijke ondergang van wat M. met een ongeveinsde hoofdletter in zijn stem den Geest noemt, acht ik a priori niet uitgesloten. Geloovende aan een voortijd, waarin er nog geen mensch en dus geen geest was, kan ik mi] zonder moeite een tijd voorstellen, waarin er geen geest meer zijn zal. Het verschil tusschen M. en mij schuilt hierin, dat hij den geest als absoluut en buiten ons staand kan opvatten, terwijl ik onder het woord altijd een functie van den mensch en dus van mezelf versta.

Zelfs wanneer we ons uitermate beperken en geest alleen als verstand beschouwen, dan valt M.'s vertrouwen nog niet te rechtvaardigen. Het verstand, al of niet gezond, overwint waarlijk niet immer. Integendeel: het kraait slechts zelden victorie. De domheid is eigenlijk altijd sterker en wel door de drijfkracht, welke zij van de natuur heeft meegekregen. Het befaamde dynamisme, waar tegenwoordig iedere

Sluiten