Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

84

Het is voor den lezer onmogelijk om zich los te maken van het vooroordeel der persoonlijke affiniteit en een criticus is ten slotte niets andeis dan een lezer, die zich schriftelijk rekenschap geeft van de ervaringen, al lezende opgedaan. De criticus zit dan ook vast aan de préjugées van zijn persoonlijkheid en het is heelemaal niet noodig die te verloochenen. Wanneer iemand om zijn objectiviteit duidelijk te doen uitschijnen mij zegt, dat hij tegenover alle verschijnselen even onbevangen komt te staan, ontneemt hij mij daarmee het vertrouwen in zijn oordeel, omdat hij öf een onwaarheid zegt öf ontdaan is van alle eigenschappen die den mensch tot mensch maken. Een criticus behoeft geen enkele menschelijke zwakheid en geen enkele menschelijke dwaasheid af te leggen, integendeel, wij willen niet een Olympische uitspraak, maar de gemoedservaringen van een aardsch man uit zijn mond vernemen. Men behoeft zich dus geenszins te schamen, wanneer men zegt, dat men een aangeboren afkeer heeft van boerenromans. Wanneer ik las, niet omdat ik daartoe door een taak gedwongen word, maar alleen voor mijn plezier, zou ik zeker zelden of nooit een boerenroman ter hand nemen. Als men mij nu vraagt wat ik tegen boerenromans heb, dan zou het mij moeilijk vallen daar een redelijk antwoord op te geven. Deze quaesties gaan namelijk buiten de rede om. De rede zegt dat er geen enkele reden bestaat om een roman met geestdrift te aanvaarden of met overtuiging af te wijzen, wijl de anecdote, het decor en de levens-

Sluiten