Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en er zich ten slotte mede vereenzelvigt. Dit laatste staat gelijk met den dood der persoonlijkheid.

Een schilder, nog benijdenswaardig jong en die zoo als het hoort veel talent en weinig geld bezit, klopte bi] mij aan. Zijn uiterlijk verkondigde mij zijn moeilijkheden: hij die altijd moedig en opgewekt was, toonde zich nu bang, onzeker.

Hij sprak:

— „Ik heb van twee kanten een aanbieding gekregen. Een kunsthandelaar wil mi] tot een vaste verbintenis verlokken en een verzamelaar, de oom van een mijner vrienden, stelt mij voor, een reeks van zes doeken voor zijn nieuw ingerichte eetzaal te vervaardigen."

— „Voor niets zeker?"

— „Integendeel. Wat de kunsthandelaar voorstelt zal mij niet rijk maken, maar is toch ook weer niet zóó onvoordeelig, dat men het dadelijk en met verontwaardiging verwerpen moet. En de liefhebber blijkt bereid om behoorlijk, ja goed te betalen. Het bedrag, dat hij noemde is voor de verhoudingen waar ik in leef zelfs vorstelijk te noemen."

— „Welnu, beste kerel, dan wensch ik je van ganscher harte geluk. Je bent voorloopig uit de zorg en je krijgt een voet in de stijgbeugel. Waarom nu eigenlijk dat lange gezicht?"

— „Omdat ik, helaas, nog niet uitgesproken ben. De liefhebberende oom eischt voor zijn centen het recht niet alleen de onderwerpen voor mijn doeken vast te stellen, doch ook nog de stijl en de werkwijze waarin deze behandeld moeten worden."

Sluiten