Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tingen, geen eerzucht, geen ijdel vermaak; hij vroeg niet naar roem en niet naar geld.

Hij leefde alleen voor de liefde en hij schreef omdat dat de wijze was, waarop hij aan die liefde, welke hem vervulde, een beeld kon geven.

Aart van der Leeuw is de eenige man dien ik nooit één woord van afkeuring of afkeer heb hooren spreken. Het slechte, het lage, beroerde hem niet, het droop van hem af als het water van een eend, zonder één spoor na te laten. Daarom was het zoo heerlijk en zoo heilzaam hem te bezoeken. Hij had een reinigende kracht en hij heeft mij een voorbeeld gegeven, dat ik nooit vergeten heb en nooit vergeten zal; het voorbeeld van een leven zonder haat. De laatste indruk welke ik van Aart behouden heb, blijft mij bij. Hij woonde buiten Harderwijk. De auto die mij naar hem toebracht, moest ergens verweg blijven wachten. Zijn gebied was voor deze technische plagen niet toegankelijk. Men moest wandelen langs beminnelijke slingerpaadjes in het bosch om ergens op een lichte open plek te komen, waar een klein huisje stond, verloren en onwezenlijk. Daar had hij, zoo ver mogelijk van alle nuttelooze bedrijvigheid, zijn twee schatten in veiligheid gebracht: zijn liefde en zijn poëzie.

Wi] spraken in het huisje gezeten, wij maakten een wandeling door de heide. Ik verloor de begrippen van plaats en tijd.

Nu Aart dood is, is er niemand meer die mij bij de hand kan nemen en mij rondleiden in een wereld welke met de onze slechts een wezenlooze schijn gemeen heeft. Sinds dien middag in Harderwijk heb

Sluiten