Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

looflijk aantal aanhalingen de leegste, de platste omschrijving, in een soort huiselijk schoolopstellenproza, dat bij niemand zoo slecht als juist bij Karei van de Woestijne past. Die voortdurende en volledige tegenstelling tusschen de aangehaalde texten van Van de Woestijne en het begeleidend gebabbel van Eeckhout is iets zoo hinderlijks, dat men zich geweld moet aandoen om het boek tot het eind toe te lezen. Een ieder kent immers die ietwat bizarre hoogheid van Karei van de Woestijne, zijn trots, zijn verachting voor den gemeenen geest, zijn prachtlievendheid, zijn voorkeur voor den versierden volzin. Stel nu daarnaast een dikken, braven, door en door vriendelijken praatvaêr, die met een zeer beperkte binnenhuisvocabulaire slechts een niet minder beperkt gevoels- en gedachtenleven kan uitspreken; stel naast San Marco een boerendorpspastorie.... en gij kunt u een denkbeeld vormen van de verhouding waarin het werk van Van de Woestijne staat tot deze commentaren.

Heusch, goede wil en vriendschappelijke gezindheid zijn niet voldoende als het te doen is om een „inleiding" tot Karei van de Woestijne. Voor zulk een stoute onderneming moet men ook vermoeden wat poëzie kan zijn, een menschelijk drama kunnen herleven, over een redelijk minimum van kritisch vermogen beschikken en een bruikbaar taalinstrument in de handen hebben. Van dit alles is Joris Eeckhout in de onschuld van zijn herderlijk hart koud gebleven.... Nog nooit heb ik over een hooge dichterlijke figuur, over een merkwaardig en rijkgeschakeerd levenswerk een boek gelezen, dat zóó hopeloos ver beneden zijn onderwerp bleef. Deze inleiding tot Van de Woestijne

Sluiten