Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er was in de eerste periode van Van de Woestijne's werk een tegenstelling, welke hij toen nog niet kon oplossen, de bittere tegenstelling tusschen het zintuigelijke leven en het verstand dat tot ontleding en oordeel dreef. Hij zocht naar een evenwicht, naar een geluk, naar een heil in onze wereld, waarvan hij met geheel zijn wezen, door al zijn poriën genoot.

In de tweede periode daarentegen, na een harden strijd, welken wij in zijn werk phaze voor phaze meemaken, overwint hij zijn menschelijke drift en zijn warm welbehagen in de wereld en eindigt hij met buiten die wereld, in het noumenon, in het bovenzinlijke of laten wij het maar precies zeggen: m God, in den God der R.K. Kerk, zijn vrede te vinden.

Men kan bij Van de Woestijne niet eigenlijk van een bekeering spreken. Van Katholieken huize, is hij in wezen immer geloovig geweest. Men kan alleen zeggen dat hij door veel strijd, verwarring, door veel ellende en verbittering heen, steeds verder van de wereld af gekomen is, en steeds nader tot zijn God, den God van zijn kinderjaren, die dezelfde was als de God van zijn stillen, serenen Dood.

Toen Karei van de Woestijne als een vroom en eenvoudig Christen was gestorven, had hij de groote voldoening dat het wezenlijke probleem van zijn leven niet alleen voor zich zélf was opgelost, maar dat hij het beeld had gegeven in een reeks van zinrijke, rijpe gedichten, welke neergelegd zijn in de drie boeken, die ik hierboven opsomde, en waarvan het derde deel, „Het Bergmeer", dat de overwinning uitbeeldt, een verheven, helderen, soms bijna kinderlijken toon

Sluiten