Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kluizenaar en later abt van het St. Andreasklooster, nadat de koning hem door milde giften in staat had gesteld voor de vrome mannen, die zich bij hem hadden gevoegd, een klooster te bouwen. Willibrordus heeft dit alles nog beleefd. Als een tweede Samuël groeide hij op en al spoedig werd te Rip'on bemerkt, dat de jongeling Willibrordus vroeg rijp van karakter was en een levendigen geest bezat, waarom abt Wilfried besloot, hem reeds op jeugdigen leeftijd onder zijn monniken op te nemen. Groot van postuur was hij niet — meer het kleine en donkere Keltische type — en evenmin sterk van gezondheid. Dit laatste mag een reden te meer zijn geweest, waarom hij zich op de wetenschap toelegde en ijverig studeerde. Wanneer om verschillende redenen met Wilfried meerdere monniken uit Ripon wegtrokken, gaat hij naar Ierland, bekend door zijn vele heiligen en zijn hoogstaande ascese en cultuur, om daar zijn studies te vervolgen gedurende een ruim tienjarig verblijf. Hij koos daartoe het klooster Rathmelsigi, omdat hij veel van abt Egbert had hooren spreken, die wijd en zijd om zijn geleerdheid en heiligheid beroemd was. Door hem was het ideaal der „schotsche monniken een nog grootere bekendheid gegeven: n.l. een pelgrim van Christus te zijn, die geen aardsch vaderland meer bezit en daarom zijn geboortestad niet meer wil terugzien. Tot dezen man voelde hij zich aangetrokken om in diens klooster, afgezonderd van de intriges der wereld, dezelfde strenge ascese te beoefenen en zich dezelfde idealen eigen te maken als abt Egbert zelve bezat. Spoedig moeten hem deze opvattingen reeds geheel hebben begeesterd en zijn meening 'over de eenheid en onverbreekbaarheid der gekozen kloostergemeenschap hebben gewijzigd; want hoe kan anders zijn houding worden verklaard, dat, toen zijn vroegere abt Wilfried verschillende zijner vroegere monniken in een nieuw klooster in Sussex vergaderde, Willibrordus in Ierland achterbleef en zich zoodoende van zijn oude kloosterverband l'osmaakte. Een persoonlijke oneenigheid met Wilfried kan hieraan niet ten grondslag hebben gelegen; was het veeleer een gevolg van de positie van Wilfried en van een wijziging in Willibrordus' geestelijk leven? Tevens bracht deze ,,peregrinatio" een sterke onthechting aan aardsche banden met zich en voerde gemakkelijk tot een voortdurende gedachte aan en gerichtheid op het eeuwig

Sluiten