Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schap, die de afbeeldingen, waarop beide groote kerkleeraars bijeenstaan, doet veronderstellen en tot het laatste toe moet hij zijn bekeering alleen bewerken. Zijn bekeering en zijn heiligheid zijn een harde verovering en vernietiging van zijn eigen zinnelijken geest en een volledig breken met zijn vroeger leven. Bij den H. Willibrordus vinden wij niets van dit alles en zijn leven gelijkt op een liefelijk voortkabbelend beekje te midden van groene landouwen, in tegenstelling met dat van den H. Augustinus, wiens leven meer van een woesten onstuimigen bergstroom heeft, die herhaaldelijk zijn bedding verlaat, om ten slotte in een groot dal vreedzaam in den oceaan uit te monden. Ook de moeiten, die een St. Franciscus heeft gekend, om zich van vrienden en kennissen los te maken, met wie hij zooveel had gebrast, zijn aan St. Willibrordus bespaard gebleven. Hij behoefde niet de bescherming van een bisschop tegen het optreden van zijn vader in te roepen en nooit is hij als de ,,poverello" van Assisië 'om zijn veranderd leven uitgelachen, nagejouwd of beschimpt. Evenals Augustinus is Franciscus na zijn bekeering de ,,defensor fidei" en beiden vechten zij met zuidelijk temperament en ontembaren moed in de voorste gelederen ter verdediging van hun Bruid, de H. Kerk. Ook Willibrordus staat in de voorste gelederen als een uitdrager van het geloof naar vreemde gewesten, doch hij is er een van een geheel ander gehalte: hij is noorderling. De blijmoedige aanvaarding van zijn nieuwe leven als missionaris beteekende voor Willibrordus nog meer dan heden ten dage het geval is, het vrijwillig op zich nemen van tallooze zorgen en ontberingen. Waar anders dan uit innerlijken drang haalde hij den moed en het zelfvertrouwen vandaan, om zijn stille, vertrouwde kloostercel vaarwel te zeggen, waar hij zich geheel en onbekommerd aan zelfheiliging en studie kon wijden, om in een wereld te treden, die hij van nabij nauwelijks kende en die tallooze ongedachte gevaren voor hem bezat. Hij moest zich met een geheel nieuwe levenswijze vertrouwd maken, waarvan hij maar weinig wist. Daarbij kwam nog, dat door abt Egbert hem de zorg voor zijn metgezellen op de schouders werd gelegd, terwijl hij toch nooit aan het hoofd van een communiteit had gestaan. Doch terwijl hij dus op hun gezelschap k'on rekenen, had hij het groote bezwaar te overwinnen, van den steun van zijn land van herkomst beroofd te

Sluiten