Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwarte vlok over het voorhoofd, soms weer met het kaalgeschoren hoofd boven de blauwe boevenkiel —•: jong, somber en verbeten. Tjalling zit zeer stil, met de woelende benauwende herinneringen in zijn binnenste, de beelden achter het voorhoofd, die de gedachten zinneloos laten rondwentelen, hij schokt met de rukkende rit van de Sneker trein mee, zijn ogen nemen verwonderd het vergezicht van sneeuw en verlatenheid op, zijn handen beven onverhoeds, als bij heel oude vrouwen, op de knieën. Hij zal Jarig terugzien — hij schuwt het en hij verlangt er naar.

Reinou had maar even gemord, maar korte bedenkingen gemaakt. Hij had volgehouden. Toen had ze zwijgend geholpen met de voorbereiding, zijn kleren nagezien, de melkmeid om nieuwe klompen uitgestuurd, zwartglanzende klompen met goud gebiesd en met kropleer. Ze had zijn wit engels hemd uit de la gediept, zijn zwarte strikdas op het front bevestigd, zodat hij ze niet zelf hoefde te knopen, zijn zakdoek klaargelegd en het reisgeld, zijn zondagse pet geschuierd. En nu reed Tjalling ^Viarda door de eenzame koude dag in de trein .— niet naar de weekmarkt, zoals anders, maar op zoek naar een dode, naar het verleden...

In Sneek liep hij eerst doelloos, vroeg dan de weg, éen keer, drie keer, tien keer ten slotte. Men wees hem de goede richting. Zijn klompen kraakten en zonken in de zachte sneeuw. Hij liep steil, met onbewogen gezicht onder de hoge zijden pet, alsof hij niet met iedere schrede nader kwam bij dat vreemde, dat hij vrezen moest en dat hij tot iedere prijs wilde vinden. Hij groette de schippers op de vastgevroren tjalken in de opvaart, die hij passeerde, toen hij de stad verliet en de gladde smalle polderdijk vond, waarlangs hij in Jarig's dorp zou komen. In de verte naderde een melkwagen; de man, die er op zat, monsterde Tjalling vol wantrouwen, eer hij de zweep om te groeten hief. Tjalling's voetstappen klepten hard over de houten draaibrug; hij liep tussen kleine bakstenen huizen, langs een kerk en een pastorie met gele luiken; er stonden aan beide zijden van de weg grote en kleine koemelkerijen;

Sluiten