Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sterker in de hand houdt, en de toekomst vreesloos zal vermeesteren. En als hij Tjalling gaat helpen, om een nieuwe rastering om het weiland te slaan — het is aan het begin van de grasperiode •—■ ziet hij onder het hameren der palen plotseling de fabriek voor zich, die van hem zal zijn, een gespannen beeld, dat opkomt en ondergaat: een rood bakstenen huis aan een breed water, de scherpe zwarte voorplechten van zuiderzeestomers breken de effen glans van het kanaal, uit de pijp van het bedrijf stuwt zich rook, driftig knersen lorrie's naar de ladingplaats, de blikken gecondenseerde zuivel liggen gestapeld in het ruim. Hij loopt over de witzwarte tegelvloeren van het werk •— koel en brandschoon moet het er uitzien — en luistert naar het gonzen van een fonkelende machine. In de peilglazen bruist het; de stoker veegt met de blauwe kielarm over het glimmend gezicht, en roept iets tegen de arbeiders, die melkbussen aanslepen. Herre ziet het beeld komen en gaan, in scherpe tastbare werkelijkheid; het is, of hij dit werkvolk niet heeft gedroomd, maar jaren reeds gekend heeft, man voor man, zoals die plek met het sintelgruis en de smalle lorrierails, en het vaarwater met de vrachtschepen; en zelfs het landschap tussen de elzenwallen rondom de vreedzame boerderij, dat zich om en achter de fabriek vertoont, het is, of hij het dagelijks voorbijkomt. Helderder en wezenlijker wordt het dan het oude woudland onder de regenachtige stilte van de Aprilmiddag, waarover de hemel gesloten neerbuigt, en waarin alle geluiden ver en tenger blijven, als namen van een verhaal, dat men als kind heeft gehoord. Het aanwezige leeft niet meer voor Herre; dat, wat nog komen moet, vult zijn ogen en zinnen. Als een vreemde loopt hij naast zijn vader, den verweerden Tjalling Wiarda; in de droom jaagt hij het rillend jongvee in het land achter de yester, in de droom keert hij naar de boerderij terug. Bij het slorpen van de thee in de keuken van Reinou, waar alles onder het rilde licht ingehouden glanst en blinkt, let hij niet op zijn ouders en den knecht; hij hervat de gedachten van de morgen, hij ziet schrijvende handen over de blanke vellen van grootboeken schuiven; tussen de strenge liniëring

Sluiten