Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bladzijden en stond tegen etenstijd op, om gulzig als steeds aan tafel te schuiven. —•

Ernst en wijding. Hij mocht niet toegeven aan de gedachteloosheid, die het feest van zon en aarde in hem naliet. Hij wilde tenminste des middags werken. Hij sloot zich op in de glanzende, stemmige kamer, waar zijn boeken lagen; de luiken waren dicht, dun stof trilde in de zonnebaan, die door de kieren van het hout heen drong, en op Reinou's tafelkleed het wijnrode teken schreef van de overdaad daarbuiten. Hij sloeg zijn dagboekje open en zijn hand gleed in overwogen en zorgzaam schriftuur over het koel papier:

,,Het leven hier is goed, en ik zou tevreden zijn, als ik niet wist, dat er hogere dingen waren. Ik begin te verlangen naar werk, naar de stad; ik wil in de strijd der meningen staan, de storm der nieuwe gedachten voelen. Rust is verderfelijk, slechts in de worsteling zal ik mezelf grondig leren kennen I"

En hij betrapte er zichzelf met zwakke wrevel op, dat hij des avonds weer bekoord en lichtzinnig de harmonicamuziek meeneuriede, die de vaste knecht van de naastbijgelegen hoeve op de drempel van de stal zat te spelen.

II

De eerste weken, die Rudmer Wiarda in Groningen sleet, waren na de aanvang traag en zonder vertier; met een week van zoeken en verkennen had hij het beeld van de stad in zijn hoofd. Studenten waren er bijna niet, de colleges begonnen in October; het ontgroenen zou er aan vooraf gaan. En Rudmer wenste tot elke prijs toe te treden tot het corps. Hij had genoeg gehoord, om te weten, hoe er over de „proleten" en de ,,varkens" gedacht werd, die geen lid waren.

Rudmer was blij, dat hij aan de zorgen en het toezicht van zijn ouders ontkomen was. Hij kon zich kalm voorbereiden op de bewogenheden, die zouden komen. Hij slenterde door de oude stad, op de markten, liep over de buitensingels met een sigaar in zijn mondhoek, een boek onder zijn jas bij de matte

Sluiten