Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jeruzalem. Op de kroeg leerde hij even snel; en in dezelfde mate, waarin Rudmer zijn onschuld aangaande de vrouwen verloor, leerde hij ook bier en bitter verdragen en scherpte hij zich, complotten te smeden tegen de nachtrust der Groningers, naar de eeuwenoude zede van al wat student was.

Tussen hem en Vitringa bleef een onbestemde, onuitgesproken vriendschap. Rudmer bemerkte, dat „Viet" niet bizonder in tel was bij de rest; zijn vader was een wijnhandelaar en drankstoker in een der veenkolonie's, en al het geheimzinnige, dat er aan zijn verschijning was, moest daarmee eigenlijk wel verdwijnen. Doch Rudmer kon niet ontkomen aan de bekoring, die Vitringa's afzijdiggrauwe Mefisto-figuur in hem wakker riep. Vitringa kwam elke middag op vaste uren naar de kroeg, at er, rookte een panatella, dronk een oude brandy en trok zich in de afzondering terug, waarin hij, naar men zei, hard werkte. Want knap scheen hij te zijn; alleen onstandvastig en zoekend van aard. Hij was ingeschreven als jurist, zes jaar geleden; maar toen hij al candidaat was, veranderde hij onverhoeds en koos hij de godgeleerdheid — waarom, dat was de meesten een raadsel, want hij kwam zelden in een kerk, scheen het met geen enkelen professor eens te zijn, en volgde bij uitzondering een college.

Een paar keer zocht Rudmer den Mefisto op. Vitringa scheen hem niet ongenegen te zijn en ontving hem op zijn hartelijke, maar schrale wijs. Hun gesprekken vlotten niet bijster; Vitringa hield er een korte, inquisitorische manier van ondervragen op na, die Rudmer in verwarring bracht. •—•

Waar kom je vandaan? Wat is je vader? Wie heeft je op het idee gebracht, om te studeren? — Rudmer nam zich telkens voor, om Vitringa te ontwijken; hij maakte iemand onrustig door zijn kille zelfbeheersching en schijnbare verachting voor de gevestigde wetenschap; maar de bekoring was sterker dan de angst; en op de duur kwam er toch een zekere aarzelige vertrouwelijkheid tussen hen.

In Januari, toen ze de laatste portfles leegden van de twaalf, die Vitringa met Sinterklaas van huis gekregen had, spraken

Sluiten