Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem natuurlijk al onder het gehoor herkend. Inwendig rebellerend, maar met wereldse toegeeflijkheid en een glimlach onderwierp hij zich aan het verhoor over de college's, de studenten, het leven in de stad; of hij er aan zou denken, dat hij als volgeling van Menno zijn zelfstandigheid bewaren zou, en niet bezwijken voor de druk van de ethische en de Leidse richtingen...

Hij beloofde het.

De vacantiedagen schoven sneeuwomduisterd en traag op de stelp; Herre was meermalen voor zaken naar Leeuwarden. Rudmer vergezelde hem een keer; de friese hoofdstad leek kleiner en doodser, en het enige, wat Rudmer beviel, was, dat hij tijdens Herre's bezoek aan de Beurs,- een borrel kon gaan drinken. Verwonderlijk, dacht hij, dat zes jaar op dit gymnasium mij niet méér aan deze straten en huizen binden...

De andere keren, dat Herre naar Leeuwarden moest, bleef hij al thuis, in de beslotenheid van de mooie kamer; hij las Pascal, maar was blij, dat hij tevens een Zola en een Maupassant mee had genomen. Hij rookte bijna een volle sigarenkist leeg, en betrapte er zich na elke avond op, dat hem een lokkend beeld van een verlicht café vol roezige, goedgeklede, jonge mannen voor ogen rees. De stilte langs de oude Zomerweg was slaapwiegend. Hij ging vroeg naar bed; Reinou's gaststee was dik van veren matrassen, maar de ruimte leek eensklaps drukkender en nauwer, en hij sliep zonder zich uit te kunnen rekken en schrok op, als de beesten in de stal ronkten en zich wentelden in de dierlijke slaap.'—■ Hij stelde zich nu de companen voor, de zonen der gegoede burgerij: ook zij waren thuis, en ze waren er gelukkig door. En hij zat hier, dag in, dag uit, en verveelde zich, en vond zijn makkelijke houding niet op de rechte houten knopstoelen en matten zittingen van Reinou's meubilair, en geeuwde de avond tegen, en werd zwijgzamer, en ergerde zich mateloos over zichzelf en zijn verveling. ^Vat wilde hij eigenlijk? •— Ja, wat wil ik eigenlijk? herhaalde hij de vraag voor zichzelf. Hij wist, wat hij eenkeer in het dagboekje geschreven had, maar hij vaagde de zinsneden uit

Sluiten