Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

langs een muziektent, waar men marsen speelde, zagen uniformen, vrouwen, parasols; maar hun hoofden waren zwaar, en ze rolden in bed, Rudmer met de gelukkigvermoeide zekerheid, dat hij in het buitenland was. •—•

Ze bleven een dag of vier op het eiland. De Duitse adelaars op vlaggen en borden, de gothieke opschriften, de geüniformde kapel deden Rudmer ongemeen indrukwekkend aan. Ze maakten wandelingen langs het eiland, door het vissersdorp; .—■ en Rudmer verbaasde zich over het uiterlijk van deze mensen; ze leken verwonderlijk sterk op de fuikenzetters, de broodventsters en kinderen van zijn eigen geboortestreek •—•, lagen in het blanke warme zand en staarden over de Noordzee, die welgezind bleef onder een hoge, beweeglijke hemel. Vitringa zwom niet, maar Rudmer huurde elke middag een strandkoetsje en wierp zich in zijn gestreept zwempak triomfantelijk in de branding. •— De bizonderheid van het avontuur vleide hem. •— Des avonds zaten ze onder de veranda, dronken bier tot in de nacht, en keken naar de vrouwen, die op hun beurt niet anders schenen te zien dan de Pruisen in hun krijgshaftige verkleding. Vitringa rookte nadenkelijk zijn panatella, terwijl hij de officieren opnam; er was medelijdende bezorgdheid in zijn blik, die Rudmer niet ontsnapte. — Een onuitstaanbaar zoodje hè? zei Rudmer eindelijk. Vitringa knikte: —• En gevaarlijk... met hun gekken Kaiser en hun grenzeloze honger naar de roem. •—• Voorzichtig, fluisterde Rudmer schor. Vitringa haalde de schouders op. •— En die wijven zijn al net zo mal... fetisjdienst van het militair uiterlijk... Al liepen er hier ook misdadigers in uniform, ze zouden nog in staat zijn, om „hoera!" te schreeuwen en zich op de knieën te werpen... Kijk hun hondse ogen... En de kerels voelen zich. Waar dat heen moet? besloot hij. Rudmer dronk zijn bierglas leeg. •—• Naar oorlog, antwoordde Vitringa zichzelf. Rudmer wierp het hoofd in de nek, en lachte. — Kom, kom, het is immers allemaal parade, muziek, vertoon..., oorlog is niet meer mogelijk, alle landen spreken immers van vrede, de keizer voorop. Oorlog, ja, misschien nog bij de wilden in Afrika...! •— Vitringa antwoordde niet.

Sluiten