Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zuchtte somber, en schudde het hoofd: — Rudmertje, Rudmertje... het bier en de vleselijkheid werken op je grootheidswaanzin... een echt mannetje ben je nu; ik wou, dat je je eigen ijdelheid eens zag. •—• Een koude wolk viel over Rudmer's hoge stemming; waarom zei Vitringa zulke kwetsende dingen? Hij stond kortaf op: •— Kom, we gaan wandelen. — Vitringa hees zich op, drukte de flambard op de schedel en volgde. De meeste gasten slenterden door de geïmproviseerde lanen en langs het halflege terras, waar de rustigen en onmuzikalen waren blijven zitten. Het mooie, lange meisje liep voor hen uit; de avondwind vanuit zee tekende haar lichaam sterkgelijnd en vol slanke bekoring onder de stof van de japon, toen ze een der lantaarns passeerde, gedwee tussen haar ouders. Vitringa trok Rudmer een der houten zijpaden op. —• Kijk niet meer naar haar, mijn jongen... je moet straks naar Groningen terug. •—• Rudmer's mond vertrok in nukkige weerzin, en hij wilde scherp antwoord geven, toen een uitgelaten bierstem achter hen opklonk:

■—• Jéminé, daar is Gijsbert Karei ook!

Rudmer en de patroon wendden zich om. Er kwam een grote, zwaarlijvige man op hen af, die de dikke armen naar Vitringa strekte.

— Theol zei Vitringa kort en verheugd, en zijn gezicht verloor iets van de door muziek en zee vermoeide onrust. — Hoe kom jij hierl

De zwaarlijvige stond voor hen, en omhelsde Vitringa, terwijl Rudmer nog niet van de verbazing hersteld was. — Alsof ik die flambard niet herkend zou hebben 1 jubelde de dikke, en een walm van bier sloeg uit zijn machtig lichaam.

— En waar is de zwabber?

Vitringa lachte en stak de arm door die van Theo.

•— Die is in het hotel... te warm voor zwabbers vandaag... Maar laat ik je voorstellen... Rudmer, dit is mr. Theo Brander, en hier, Theo, zie je den eerstejaars Rudmer Wiarda, de roem van het bittergezelschap ,,Frisia" en de godgeleerde faculteit...

Rudmer drukte een hand, die hem een gevoel gaf, of de

Sluiten