Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in dit zonnestelsel geen plaats was. — De hele zomer had Rudmer, op zijn eenzame reis, gestreden tegen de beschuldigingen van lafheid en halfheid, die hij, als hij met zichzelf in 't reine leek bij een bloeiend landschap of een zonnige boerenmarkt in een bergstadje, niet af kon wijzen. Hij was voor de honende en grievende stemmen van deze natuurlijke oprechtheid van de ene plek naar de andere uitgeweken; nu keerde hij naar het slagveld zelf terug, om de beslissing uit te lokken. Hij wilde zichzelf voorgoochelen, dat het niet aanging, om als eerste, tweedejaars student, zulke duizelingwekkende slotsommen te trekken als Vitringa eiste. Hij poogde zich te sussen met de waarheid, dat hij alleen bij de voorgeschreven studie gebaat was. —• En daarbij: wat juist en rechtvaardig was voor een wroetend, stug karakter als dat van Gijsbert Karei Vitringa, was het nog niet voor dat van Rudmer Wiarda... Vitringa, zo trachtte hij te redeneren, is een ontwortelde, een zoeker terwille van de avonturen, die het zoeken schenkt. Men kan echter de waarheid ook zien onder dode vormen, men kan ze erkennen in het zonderlingst gewaad; en ook daarvoor is moed nodig...

Hij troostte zich met deze scherpzinnige eindvondst, wiegde er zijn geweten en jong verzet mee in slaap. In het tweede winterhalfjaar was hij enkele maanden aaneen druk met een scriptie over de oorsprong van de Doopsgezinden. Hij schilderde hen duldzaam, simpel en mystisch van aanleg, en bestreed met alle argumenten, die hij vinden kon, dat ze ook maar iets met de naaktlopende en zwaardzwaaiende Wederdopers hadden te maken. Het was een stuk werk, dat hem talrijke uitnodiging voor de theekransjes der professorsvrouwen bezorgde; en hij herleefde, in grootser stijl en glans, wat zijn ijdelheid op het gymnasium had aangewakkerd als de blaasbalg het vuur: men sprak over hem. Op het historisch college ging de professor op de studie in en ze disputeerden, slagvaardig, met een verbijsterende dracht van feiten, tot kille verwondering en horreur der zwijgende medestudenten, een half uur lang...

Sluiten