Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

straatvenster. Hij voelde, hoe veler ogen hem volgden. De nieuwsgierigheid, het jaloers ontzag. De stille wrok van ouderen, wien de zaak met Abe Zijlstra vers in de memorie lag, en die Herre niet meer vertrouwden. Natuurlijk wisten ze allen van zijn fabrieksplan; er was over hem gepraat in alle café's, waar zakenlui verschenen; dat had hij bemerkt aan de stilte, die altijd inviel, als hij ergens binnenkwam, waar men bijeen zat. Hij hing zijn stijve hoed met een zwaai aan de smeedijzeren kapstok, trok zijn boordpunten recht, streek neer en keek rond. Uit de biljartzaal, waar het tikken van de queue's regelmatig doorging, staarden de ogen nog steeds. Hij vreesde ze niet meer. Concurrenten — goed! De fabriek was klaar, nog een centrifuge monteren, en de zaak draaide. Hij had een propagandist aangesteld •— waar een oude, gepensioneerde onderwijzer niet goed voor was! •— die driekwart van de boeren der Compagnie kende, en minstens de helft voor hem gewonnen had. Herre stak een verse importsigaar op; en bij de rijpe geur van de manila dacht hij aan de armzalige tabaksstokken, die hij vroeger had gerookt en die Tjalling, zijn vader, nog altijd in het dorp kocht, donker, vochtig bocht zonder pit; zijn tong kromp behaaglijk samen onder de oude klare. Herre's breed, gezond boerenlichaam tintelde van de belegen alcohol; de dure tabak speelde met dunne edele rook langs verhemelte en neus. Herre strekte zijn benen uit; welbehagen, tevredenheid, macht. Hij had geen uitdrukking geweten voor het diepe welzijn, dat in al zijn vezels suisde; hij léefde het. Hij zag weer de ogen, die hem opnamen; hij wenkte den ober, liet een nieuwe borrel aanrukken. Buiten liepen slenterend de stedelingen, die hij steeds benijd had; licht en zonder overhaasting. Het water van het kanaal was vol helgroene glanzen, stookolie dreef er op in pauwestaartwaaiers, die zich aan de randen met het groen verwisten. De beurs lag daar zwaar en veilig achter de bomen, die maar klein leken tegen de trappen en muurvlakken van het handelshuis. Van de zijde der Potmarge kwam een meisje of jonge vrouw. Herre zag haar naderen; ze liep met de hoge, tartende

Sluiten