Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stuurs, onbehaaglijk boerendochterschap. —• En hij schaamde zich met linkse verbittering over de ontoereikendheid van zijn manieren, toen hij vergat, de gastvrouw voor te laten gaan bij het verlaten van de eetkamer, toen hij bemerkte, dat hij vis at van zijn mes en het portglas aanschoof, terwijl er witte wijn geschonken werd. Hij schaamde zich over zijn afkomst, met onbestemde woede jegens zijn ouders, en de verbeten belofte, dat hij geen tweede keer zoveel kennelijke fouten wilde maken. Hij ging alleen eten in dure restaurants, keek tersluiks naar de andere gasten, gebruikte zijn vingerkom, spiedde in de wandspiegels naar de wijze, waarop de heren hun tafeldames bejegenden en liet zich door een overbeleefden ober in de geheimen van het asperges-eten en het slorpen van oesters inwijden. —

Maar de schaduwzijden hadden hun glorieuze tegenkant. Herre sloot bij zijn Duitse cliënten vriendschap met een zuivelfabrikant, die hem meenam naar het bedrijf. Hij liep door een reeks van gebouwen met gonzende machine's, tussen de strakke metalen glanzen van meetinstrumenten en de witte schittering van laboratoriummarmer —• vol zwijgende, verrukte eerbied. Hij vroeg, of hij terug mocht komen. Hier was de werkelijkheid, waarvan hij, bescheidener, eenmaal gedroomd had: de transportwagens, die rusteloos in en uit reden, het leger van arbeiders, dat machinaal en feilloos aan de apparaten stond. Een adembenemende werkelijkheid, die hem bij elk bezoek in overstelpte bewondering naar het huis van zijn gastheer terug deed keren. —1

Hij bleef drie weken en er ging geen dag voorbij, of hij verscheen, door Kaufmann aangemoedigd op de Molkerei. Hij praatte met den bedrijfsleider, hij trok een blauw werkbuis aan en hielp de mannen achter de machine's, om de werking van iedere zuigerstang en elke schroef te kennen; hij bestudeerde de vetstatistieken, en keek gespannen toe bij het monteren van de nieuwste centrifuge. Kaufmann lachte hem breed en hartelijk toe, en knipoogde vol verstandhouding tegen zijn compagnon, als Herre zelfs in hun gezelschap niet zweeg van de

Sluiten