Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en hoekig tegen de schimmigbleke maanhemel. De bomen roerden zich en schudden verse droppels op zijn gezicht. Hij snoof de weldaad met alle zintuigen in.

Ja, het was te doen. Het moest. Dit was de kans, die hij nodig had, die hij zo lang had nagejaagd. „Sie brauchen nur ja zu sagen."

De Klanderij met haar gedoofde gevel lag log opzij van zijn pad. En plotseling herinnerde hij zich de zachte voorjaarsochtend — hoe lang geleden? er was zo veel gebeurd — dat hij daar had gezeten, en voor het eerst in zijn zakboekje snelle cijfers had genoteerd, voor het eerst aan een eigen fabriek had gedacht. Industrie, had hij gezegd, toen, en later. De ,,Frigga" was verloren gegaan. Maar de melktrust Lacta was méér — het was een lichaam van reeds vele tientallen Frigga's, fabrieken, zoals hij die aan de Rijn had gezien. Dat was de weg: kapitaal bij kapitaal, doorzicht bij doorzicht, macht bij macht. De strijd tegen alles, wat klein bleef en achteraan hinkte. Er was in deze maatschappij enkel plaats voor de groten •—■ en hij wilde daarbij zijn. Hij, Herre Wiarda, in het voorste gelid —• •—•

In de trein dommelde hij half in, zonder dat het grootse vooruitzicht één ogenblik zijn gedachten verliet. En de raderen van de wagon schokten over de dwarsliggers, de rook werd uitgestoten — hij strekte zich glimlachend vol bevende behaaglijkheid op de bank ■—■ in de oude, alles belovende eindeloze zingzang:

Industrie. ■—•

XII

Antje Adzers huilde, toen hij het haar de volgende morgen vertelde. Verhuizen? Ja, dat zou nodig zijn. Een ander leven in een stad, of wie weet waar de melktrust het zou verlangen. Maar ver van de domheid en onnozelheid en de achterlijke dwang, die de mens hier bonden en in een spoor dwongen, dat hij niet wenste te gaan.

Sluiten