Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Egmonfc's oude vrienden kwamen hem bezoeken; ze wandelden met zijn vieren en vijven door de besneeuwde duinen en den Hout; en aan Rudmer's arm liep in haar getailleerd pelsmanteltje met boa en mof, de wagen gerood en de ogen vol geheime straling, Ruth d'Aby.

Egmont had hem, die eerste dag, kennis met haar laten maken:

—• Ruth, dit is onze professor, Rudmer Wiarda.

Het was een van de weinige malen, dat Rudmer gekwetst was door Egmont's lichtvaardige scherts; want in de ogen van het bruine, mooie meisje, dat hem een smalle hand toestak, vonkte een verbaasde vrolijkheid, die hem beledigde. Maar vlak daarop zag hij de vrolijkheid vervluchtigen; een peinzende en levendige aandacht kwam in het meisjesgezicht. En daarmee herkreeg ook hij zijn eigen gerustgestelde zekerheid, die de kortstondige, statige handdruk van Egmont's moeder daarvóór hem reeds half had doen verliezen.

•— Ik dacht altijd, dat professoren op zijn minst kaal waren en een baard droegen, zei Ruth lachend, toen Egmont hen alleen had gelaten, en zij Rudmer de middagthee reikte.

Hij keek haar recht aan, en ze ontweek zijn onvervaarde, bewonderende ogen.

— O ja, maar ik ga het type veranderen!

•— Bent u dan zó eerzuchtig?

— Geweldig, zei Rudmer met nadruk. Ze lachten allebeide. Hij keek naar de handen en het gezicht van Egmont's zuster. Haar huid was dofglanzend, een levend, doorschijnend weefsel van tedere kracht, zoals zij helemaal een mengeling leek van snel gevoel en verfijnde sterkte met haar rechte rug en kleine boezem en smal middel. Haar ogen waren helder en schuw; Rudmer keek lange tijd naar de lange wimpers; aan haar hals en slapen klopte een zachtgetekende ader met bewogen schaduw, en het donkerbruine haar rustte zwaar in de nek.

Het was de onvermijdelijkheid, die hem aandreef: in die week werd Rudmer Wiarda onherstelbaar verliefd op Ruth d'Aby. Als er gewandeld werd, drentelden ze samen, arm in

m

Sluiten