Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rudmer had in al deze maanden maar één doel: predikant zijn en trouwen. Maar toen hij er te Haarlem over sprak —• Ruth's wangen werden er warm en rood van — was mama beslist in haar tegenwerpingen:

— Kinderen... Ruth is nog geen eenentwintig. Ik vind dat tè jong voor de grote stap van een huwelijk. Bovendien —• een predikantsvrouw! Wat een verantwoordelijkheden! Ik ben van mening, dat jullie minstens een jaartje moeten wachten! —-

Ruth snikte verbitterd en Rudmer kneep de vuisten dicht. Hij twijfelde niet, of Egmont had het de oude dame ingeblazen.

Toen kwam hij op het denkbeeld, te promoveren. Voor hem, den „professor", zou het niet moeilijk zijn. Integendeel; het was een natuurlijk vervolg van de studie van al deze jaren. Het zou hem helpen, het jaar door te worstelen; en daarenboven was het een slag tegen Egmont, die tegelijkertijd met Rudmer was afgestudeerd en blij scheen te zijn, dat hij eindelijk een makkelijk plaatsje zou kunnen zoeken.

Hij besprak het met Ruth, en ze vond het zuchtend goed. Ze waren nerveus, het wachten en het verlangen woelde in hun dromen. Soms nam Rudmer zich voor, langer weg te blijven, om het haar en hemzelf niet moeilijk te maken; maar na enkele dagen kwamen er wanhopige briefjes, en hij haastte zich weer naar Haarlem.

Hij werkte onregelmatig, vervolgd door de kwelling van zijn kuisheid, daarbij vastbesloten, zijn proefschrift binnen het jaar te voltooien.

Het was een historisch relaas, een verdergesponnen uitwerking van de denkbeelden, die hem vroeger al bezig hadden gehouden. Weer bestudeerde hij de mystieke en vreedzame kant in het leven der oude Dopers, en aan de mogelijkheden, dat alles in documenten en bewijsvoering vast te leggen. De verbinding van het geschiedkundig bewijsbare met de geestelijke trekken, die het karakter der Mennisten hadden bepaald; hij zon op een titel — „De rechtvaardiging van een eervolle erfenis" of iets dergelijks...

Sluiten