Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en bijna bewegingloos; alleen de grijsblauwe kleine watergeulen tussen de akkers glommen vaag in de late middag, als er een bedrieglijke lichtheid achter de wolkenlaag schoof, die toch niet doorbrak. Het herenhuis werd hol en vol krakend gemurmureer; het water vloeide triest door de diepe goten, de muren trokken van de buitenzijde vol vochtige grijze plekken. In de tuin bogen de bomen naar één zijde, en ze hoorden het piepen van de weerhaan op de kerk onheilspellend door de avond.

Rudmer begon, na de lichte en sterkende zomer, opnieuw te studeren. Het was een herleefde, maar toch getemperde eerzucht; hij was immers gelukkig in deze pastorie, met Ruth, met zijn taak, met alles, wat hij in het veilige warme welbehagen van dit jonge huwelijk doorleefde. Op de studeerkamer slingerden catalogi van boekverkopingen; bijna elke week fietste Melle, de postbode, met blauwe, wapperende cape en gestadige trap het pastoriehek in met een boekenpakje •—• en als het een groot pak was, waren het beurtschipper of vrachtrijder, die er de gang mee binnensjokten en voor Froukje's voeten stapels geschriften neerlegden, die door Rudmer met zorg werden uitgepakt en in de kasten gerangschikt. •—• Hij besprak zijn plannen met Ruth, en zij knikte en moedigde hem aan; en allengs meer verloor hij zich in de regelmaat van de studie, las, schreef, trok tussentijds weer, met paraplu en overschoenen uitgerust, de landpaden op, waar de doordrenkte wagensporen onder zijn voetstappen wegzakten, praatte met zijn gemeenteleden over de gewassen van het jaar, de veestapel, ziekten, beslommeringen •—■ kwam weer thuis, droogde zich voor de hoge smeedijzeren haard, die de late middagkamer met sombere gloed volspookte, dronk thee, at, en trok opnieuw naar de werkkamer. —•

Ruth zat daar veelal bij hem; ze nestelde zich op de brede notenhouten bank met kolossale leeuwenpoten, bladerde in een roman, breide kleine kleren, stikte hemdjes met trage en zorgzame hand, en sliep soms in, voor hij er erg in had. •— Als hij dan opkeek, zag hij haar liggen, zacht overrompeld door

Sluiten