Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoe in de schuur de deuren werden opengegooid; het nevelig stofregenlicht van de morgen kwam troebel binnen; wielen knersten, de knecht trok de overkapte tilbury op het erf. Men spande het paard voor hem in; Rudmer greep de leidsels met krampende hand, de zweep; zette de voet tegen de opstap.

— Dominee... speelt u het alléén klaar?

■—1 Jal zei Rudmer rauw. —- Ik kan nog een paard besturen. Uit de wegl

Hij zwenkte de inrit uit, de weg op. De pastorie lag ter zij, daar achter die hoge venstermuur was Ruth. Rudmer dacht niet meer aan het kind. Hij dacht alleen aan de angstwekkende schittering van Ruth's ogen, aan de rilling, die haar doortrild had. Zijn handen hielden de leidsels; hij lei de zweep over de huppelende paardeflank; het was, of hij pas nog op de wagen van zijn vader Tjalling had gezeten. Bomen, sloten, hofsteden aan de weg, arbeidershuizen achter rechtgeknipte heggen. Daar was het gemeentehuis, de trambaan kwam hier van links... Geen gevaar. Rudmer trok de teugels strakker.

Nieuwe hofsteden. Het eerste dorp. —

De balans van leven en dood. Er liepen grote, hete tranen langs zijn gezicht. De woorden klonken onder de hoefslagdreun van het paard. Leven en dood. Zijn angst zei hem, dat Ruth in het hoogste gevaar was. Gelaten en zwaar dansten de paardeschoften bij zijn zweepslagen. Er waren weinig mensen onderweg, weinig voertuigen. •—• Rudmer sloot de ogen; een zinloos wild gebed, dat hij bij de geboorte van het kind niet had kunnen spreken, spookte op zijn lippen. —•

Een uur later was hij terug, met den dokter. Dokter O... had een lange grijze jas aangetrokken over een boordeloos overhemd en zijn bretels waren aan één zijde niet vastgeknoopt. Hij beet de ondertanden tegen de kortgeknipte knevel, toen hij Ruth zag; onder zijn ogen trokken de gezichtsspieren een onheilspellende V. Rudmer, die buiten moest blijven, hoorde hem en de verpleegster heen en weer lopen; in grommend stadfries deelde de dokter onverstaanbare bevelen uit. — Rud-

Sluiten