Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met de heren in de stad eten. — Hij telefoneerde om twee rijtuigjes, die hem en de bezoekers naar Amicitia brachten, bestelde voor de hongerig geworden boerenfabrikanten een uitgebreid maal en liet een goede wijn schenken. — Na twee uren zaten ze weer op Herre's kantoor en rookten een importmerk, zoals alleen Herre dat wist te ontdekken, terwijl ze opnieuw naar hem luisterden. De stille Taconis schudde af en toe het hoofd; Greydanus' jong gezicht werd roder en vochtiger; Van Tuinen en Nijholt hadden hun dikke vesten losgeknoopt; alleen Tjisse Landman zat, onaangedaan door het gesprek en de zomerse warmte, met een gezicht, of hij niets van alles geloofde, wat Herre hem opdiste.

Herre vermeed van zijn kant zoveel hij kon naar Tjisse te kijken, terwijl hij uiteenzette, dat zij gezamenlijk tegen de coöperatieve beweging in 't geweer moesten komen. Tjisse was enkele jaren jonger dan hij, zoon van een dorpsonderwijzer, die onverwacht geërfd had van een kinderloze oudtante, welke zich herinnerd had, dat zij nog neven bezat. Hij was vroegtijdig kaal; zijn schedel glom als gepolijst geel ivoor boven een dunne krans van kleurloos haar; zijn gezicht was zonder leeftijd en uitdrukking, de ogen alleen leefden groen en doorborend. Hij liep des zomers en des winters in hetzelfde grijzige pak, met dezelfde soort puntboorden en vette zwarte das uit de opening van het hooggeknoopte vest. Hij lachte nooit. Hij was sober en gaf geen cent voor zichzelf uit; ook had Herre hem nooit met een vrouw gezien, nooit in zijn gesprekken een toespeling op het geslachtelijke horen maken. Tjisse liep licht voorover, de lange armen slingerden, zijn voeten sloften. Hij leek, even in de dertig, een wezen zonder jeugd en ouderdom, dat alleen op geldelijk voordeel gebrand was, een gedachte, die alle andere krachten in zijn leven scheen te verteren. —• Hij had de gehele bespreking op Herre's fabriek gevolgd, zonder dat één spiertrek zijn hoekig perkamenten gezicht in beweging zette; maar zijn ogen gingen door het vertrek, naar de meubels, de hoge brandkast, zoals ze buiten de wanden van de fabriek hadden afgetast, als wilden ze zien, wat er zich achterverborg. —

Sluiten