Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sliep ze verder. Ze was bang voor Herre in deze momenten, als zijn blik naar binnen gekeerd en door een zonderlinge begeerte verstrakt was, terwijl de rest van zijn lichaam onderwijl gedreven leek door alle duivels der rusteloosheid. —

Pas tegen de ochtend viel Herre in slaap, uitgeput en klam. Toen hij laat op de dag wakker werd, wies en schoor hij zich haastig en verliet hij het huis, om naar het station te gaan. Hij wilde nogmaals met Tjisse Landman spreken —• dit keer als man tegen man.

VII

De stremselfabriek lag aan de tramlijn in een streek, waar weide- en bouwklei in elkaar overgaan. De onderneming zag er nieuwachtig uit, ofschoon Herre Wiarda, toen hij er laat op de ochtend uitstapte, vermoedde dat ze van afbraak opgetrokken was; de voegen in de stenen waren nog wit en fris, de stenen zelf donker en roetig of bleekverweerd, wat een zonderlinge kleurtekening op de muren bracht, die bij de grootte van de fabriek toch een indruk van schamelheid wekte.

Tjisse's huis stond aan de weg tegenover de fabriek; het herinnerde Herre aan zijn eigen eerste woning, klein en boers, trots de schijnbaar burgerlijke voordeur met bel en stoep, weggedoken als het was onder een schuine pannen kap.

Terwijl hij nog onbesloten op de grintweg stond te kijken, of hij Tjisse in de fabriek of in het huis moest zoeken, kwam de stremselfabrikant al naar buiten; hij was zeker door het bedrijf gelopen, want hij droeg een vuile, katoenen stofjas, waaronder zijn broek afgetrapt en flodderig uithing; hij had blijkbaar nog pakken, ouder dan het grijze, dat Herre hem de vorige dag had zien dragenl Zijn voeten sloften op ergerniswekkende wijze. Hij nam, al naderend, Herre met kleingenepen ogen op, terwijl zijn gezicht de lege kille uitdrukking bewaarde. Verbaasde hij zich werkelijk niet — had hij Herre misschien verwacht — of beheerste hij zich zo goed? —• Herre ging hem met gedwongen hartelijkheid tegemoet, de krachtige hand uitgestrekt; de schoolmeesterszoon drukte ze even qiet

Sluiten