Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lange vingers; het leek wel, of zijn ledematen altijd vochtig

beslagen waren.

— Wel, wel, wel, — zei Tjisse Landman met een trage draai in zijn stem, die Herre half als hoon in de oren klonk, — daar hebben we Wiarda, zo vroeg op de dag!

Herre schertste: zó vroeg was het toch niet meer, koffietijd was al zowat overl en volgde Tjisse in huis. De kamers leken leeg; de hoognodige meubels, die er stonden, waren kennelijk geërfd of tweedehands gekocht. Een jonge vrouw met ordeloos haar veegde het woonvertrek. Zij begroette Herre aarzelig en streek het haar van het voorhoofd; haar blik was schuw. Herre onderdrukte zijn verbazing: Tjisse was dus toch getrouwd! Tjisse zelf was gaan zitten, zonder de vettige stofjas uit te trekken; de voeten in de plompe schoenen staken recht vooruit; hij keek de jonge, verlegen vrouw onvriendelijk aan: Maak een bakje koffie. — Ze knikte onderworpen, glimlachte nog een keer vol verholen schichtigheid tegen Herre, alsof hij haar niet kwalijk moest nemen, dat zij niet op het bezoek was voorbereid, en verdween met veger en blik in de keuken.

— Tjisse keek naar een rekje, waarop een pijp en tabak lagen; daarna tastte hij zijn binnenzakken af. Hij keek Herre groenig en onoprecht aan. - Het spijt me, Wiarda, 'k heb geen één sigaar in huis... — Zijn adem wolkte koud naar Herre over;

— hij ruikt ook nog uit de mond, dacht Herre met afkeer. Maar hij lachte in gemaakte zorgeloosheid: — Ik heb ze zelf, Landman; hier, steek er een van mij opl — en hij hield den

gastheer zijn koker voor.

Het kleine, deemoedige vrouwtje kwam met een kolheblad binnen; naast het kopje lag, op een schoteltje, voor ieder een niet meer verse eierkoek waarin Herre, nadat ze hem aangeboden was, manmoedig de tanden zette. Tjisse maakte een hoofdbeweging tegen de vrouw, dat ze nu wel op kon hoepelen; ze haastte zich, met een herhaalde bange en verontschuldigende blik op Herre, tot gehoorzaamheid aan het gebod.

Herre streed tegen zijn weerzin en verlegenheid. Behandelde hij Antje ook zó? Nee, hij stelde zichzelf gerust; deze

Sluiten