Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de overbrenging naar het Nationaal Hotel, waar men bij de opstelling gebruik maakte van de diensten van een Franschman, den abbé Flament. Charles Sulpice Flament, den i8en Januari 1758 te Grivesnes in Picardië geboren, had na ruim tienjarige studie aan de Sorbonne daar den graad van doctor in de godgeleerdheid behaald en was vervolgens „professeur de belles lettres" aan deze instelling geworden. Wegens eedsweigering in 1791 ontslagen, nam hij, zich blijkbaar door het Schrikbewind bedreigd gevoelende, in 1793 de wijk uit Frankrijk en bevond zich in het volgend jaar bij het leger van prins Frederik in Vlaanderen, die hem bij de terugtocht in 1794 naar de Nederlanden zond. Hij vestigde zich aanvankelijk in Utrecht, een verblijfplaats, die hij in 1798, toen het daar voor hem niet langer veilig was, met Den Haag verruilde, waar hij onder den schuilnaam Feitman vertaler aan het Ministerie van Buitenlandsche Zaken werd 1). De staatsgreep van Juni 1798, die een definitieve regeling bracht voor de bibliotheek, had ook een algeheele wijziging tengevolge in het lot van Flament, die door zijn boekenen talenkennis 2) voor bibliotheekwerk een zekere geschiktheid bezat.

Flament is ongetwijfeld met grooten ijver aan den arbeid getogen. Een ontwerp-brief van zijn hand aan de Commissieleden is nog bewaard gebleven, waarin hij zijn denkbeelden omtrent de opstelling van de boeken in de drie kamers uiteenzet en uitweidt over de stempeling en nummering, terwijl hij met het oog op de geringe plaatsruimte in overweging geeft de dubbele en onbelangrijke werken te verkoopen. Practische voorstellen, waarvan wij den weerklank vernemen in het rapport, dat de Commissie op 22 April 1799 aan de Eerste Kamer uitbrengt 8).

In dit rapport dan wordt medegedeeld, dat men onmiddellijk na het desbetreffende besluit begonnen was met de Kamers nrs. 1, 2 en 3 in het Nationaal Gebouw in te richten voor de Nationale Bibliotheek en dat daarna verscheidene bibliotheken hierheen waren overgebracht n.1. : „de bibliotheeken van den laatsten

1) Zie A. J. A. Flament „Charles Sulpice Flament" in Geschiedkundige Bladen, Jg. I, 2 (1905), blz. 194—208. Zijn mededeelingen zijn aangevuld in het bovenstaande met gegevens, ontleend aan eenige brieven en rapporten van Flament zelf, welke zich in het archief der K.B. bevinden.

2) Ook Nederlandsch kon hij, volgens zijn eigen getuigenis, vrij goed schrijven en als zijn moedertaal lezen en verstaan.

3) Besl. Eerste Kamer. Dl. IX, Stuk 2. (April 1799), blz. 796—801.

Sluiten