Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en aanstonds naar Utrecht vertrekt, volgt Flament hem einde October ook daarheen, na inmiddels officieel tot 's Konings particulier secretaris benoemd te zijn 1). Hij gaf weliswaar zijn bibliothecariaat ook toen niet op, maar de bibliotheek had slechts een maand lang na zijn terugkeer in het land van zijn hulp geprofiteerd, gedurende welken tijd de over huizing naar het Mauritshuis plaats vond.

Het is duidelijk, dat Meerman van Flament dus zeer weinig hulp kreeg. En al evenmin was dit het geval met den blijkens Flament's brief in Januari benoemden collega-bibliothecaris: Bilderdijk! Het Bibliothecariaat was voor Bilderdijk — werd althans zoo door hem beschouwd — niet anders dan een sinecure, waarover hij bovendien, zijn gewoonte getrouw, al spoedig steen en been klaagde, zoodat hij nog in datzelfde jaar door den Koning van den hem zoo drukkenden „last" werd bevrijd 2). Onder deze omstandigheden was het voor Meerman een geluk, dat tot haar overbrenging naar het Mauritshuis in October 1807 de bibliotheek zelf zijn aandacht eigenlijk niet vroeg. Hij had de onderhandelingen over het Mauritshuis te voeren, die tot het resultaat leidden, dat hem den i8en April machtiging werd verleend een contract te teekenen, waarbij het gebouw voor 10 jaren tegen een prijs van ƒ 4000 's jaars werd gehuurd 3). Ook de regeling van de niet onbelangrijke inwendige verbeteringen en verbouwingen, welke aan het Mauritshuis moesten worden aangebracht en die de kosten van de installatie der bibliotheek ongeveer ƒ 15.000 deden bedragen, was geheel aan Meerman toevertrouwd. En ten slotte kwamen ook voor zijn rekening de correspondentie en administratieve beslommeringen, die uit de groote aankoopen, welke de Koning toen reeds voor de bibliotheek deed, voortvloeiden. Dat waren echter alle werkzaamheden van administratieven aard, waarbij zich het ontbreken van een behoorlijke hulp voor het bibliotheekwerk nog niet deed gevoelen.

Tegen den tijd intusschen, dat met de overbrenging van de Koninklijke Bibliotheek de situatie geheel ging veranderen, begreep Meerman, dat nu ook andere maatregelen vereischt waren. „Het Hotel van Prins Maurits nu gereed zijnde om haar eerstdaags te huisvesten, zal het natuurlijker wijze tot mijn post

*) Bij K.B. van 23 Oct. 1807.

2) Zie : R. A. Kollewijn, Bilderdijk. Zijn leven en werken. I. Amsterdam, 1891, blz. 383, 385—386, 391. Men krijgt den indruk, dat Bilderdijk tevens 's Konings particuliere bibliotheek moest verzorgen.

3) Deer. en besl., 18 April 1807, Nr. 5. Men had aanvankelijk het Mauritshuis willen aankoopen, doch de gevraagde koopsom, ƒ 63.000, was veel te hoog.

Sluiten