Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een Depót-generaal van Oorlog gevestigd, waar o.a. al het kaartenmateriaal zou zijn te verzamelen en te bewaren 1). Deze beslissing was echter voor Meerman aanleiding Lodewijk er op te wijzen, dat de Koninklijke Bibliotheek in dit geval meer verlies boekte dan het Departement van Oorlog winst, aangezien het hier vooral een historische verzameling van oudere kaarten betrof. Hij sprak daarbij de hoop uit, dat de Koning hiermede niet bedoelde af te wijken van het nog zoo kort geleden vastgestelde reglement, waarbij de Koninklijke Bibliotheek ook uitdrukkelijk als een bewaarplaats van kaarten genoemd werd. Kaarten waren voor een bibliotheek veel onontbeerlijker dan medailles of prenten. En Meerman eindigde met de vraag, gaarne de verzekering van den Koning te mogen ontvangen, dat men, gelijk voorheen, kon doorgaan met den aankoop van kaarten voor de Koninklijke Bibliotheek, zonder gevaar te loopen, die later aan het Departement van Oorlog te moeten afstaan 2). De uitwerking van dezen brief was, dat de Koning toestond over de verdeeling van de kaarten van Romswinckel met den Minister van Oorlog overleg te plegen. Latere beslissingen hebben echter — gelijk wij zullen zien —weer bedorven, wat hier door Meerman op zeer juiste gronden was bepleit.

Verwierf de Koninklijke Bibliotheek uit de boekerij van Romswinckel reeds een belangrijke collectie oude drukken, een andere aankoop bezorgde haar nog een zóó aanzienlijke verzameling incunabelen, vooral van Nederlandschen oorsprong, dat hiermede voor goed een terrein was aangewezen, waarop zij zich in de negentiende eeuw zou blijven bewegen en dat aan haar bibliothecarissen een internationalen naam heeft bezorgd. Den nen Mei 1808 wendde nl. Mr. P. R. Feith zich tot Lodewijk met het aanbod de bibliotheek en kunstverzameling van den in 1804 overleden grootvader zijner vrouw, den Landsadvocaat Mr. Jacob Visser, aan het land te verkoopen3). Visser was de auteur geweest van de naamlijst van boeken, in de Nederlanden gedrukt voor het jaar 1500 4), waarmede hij een der grondleggers werd voor de Nederlandsche incunabelkunde. Om advies gevraagd, verklaarde Meerman, dat hij Visser, die veel met zijn vader, Gerard Meerman, samenwerkte, van jongs

') Deer. en besl., 18 Juli 1806, Nr. 29.

2) A.R.A. Archief Binn. Z. Portef. 899. Minuut v. Meerman dd. 1 Mrt. 1808.

3) A.R.A. Archief Binn. Z. Portef. 900. Minuut notulen 11 Mei 1808.

") De lijst is afgedrukt achter „Uitvinding der boekdrukkunst, getrokken uit het Latijnsch werk van Gerard Meerman." Amsteldam, 1767.

Sluiten