Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den toestand ten aanzien van de catalogiseering en de plaatsing der boeken en wijdde verder uit over het ontbreken van een behoorlijk reglement en van instructiën voor de verschillende functionarissen, over de onvoldoende regeling van den aankoop, over het gemis van een archief — kortom over alle gebreken, welke reeds in het voorgaande hoofdstuk ter sprake gekomen zijn. Eenige maanden later moest hij den Minister berichten, dat de hem voor 1835 toegestane ƒ 3400 met 1500 k ƒ 1600 overschreden zouden worden, aangezien Flament na jaren lang de voortzetting van alle vervolgwerken te hebben geweigerd, in het begin van 1835 plotseling, zich beklagende over de nalatigheid der boekhandelaars, de levering van den achterstand had gelast.

Voor dezen onverwachten tegenvaller kreeg Holtrop over 1835 een extra subsidie van ƒ 1600, maar het voor 1836 toegestane budget bedroeg weer evenals het vorige jaar ƒ 3400, zoodat de uiterste zuinigheid geboden was. In den brief van 24 Maart, waarin de Minister mededeeling deed van dit bedrag, noodigde hij Holtrop tevens uit een nieuw reglement voor de bibliotheek te vervaardigen, indien hij dit noodig achtte, alsmede instructies voor den amanuensis en het verdere personeel. Bij de vervaardiging van deze ontwerpen zou steeds in het oog gehouden moeten worden, dat de catalogus der handschriften zoo spoedig mogelijk voltooid diende te zijn en dat daarna de rangschikking en catalogiseering der boeken krachtig ter hand genomen moest worden. Als hulp bij deze werkzaamheden waren met ingang van 1 April 1836 aan Holtrop toegevoegd als amanuensis J. J. F. Noordziek en als schrijver P. H. J. Loffelt*).

Het door Holtrop ontworpen en bij schrijven van den 24en December 1836 ingediende reglement, hoewel natuurlijk gedeeltelijk gebaseerd op de vroegere reglementen, week daarvan toch sterk af, doordat het in overeenstemming gebracht was met de andere eischen, die, na de bijna dertig jaren, sinds het reglement van Lodewijk Napoleon verstreken, thans aan een bibliotheek werden gesteld. Weliswaar bléven de beperkte openingsuren — driemaal 's weeks van 102 uur — gehandhaafd, maar Holtrop gaf in zijn brief den wensch te kennen, om, zoodra de bibliotheek in orde zou zijn, tot een dagelijksche openstelling over te gaan. Of hij zelf toen wel gedacht heeft, dat andermaal welhaast 30 jaren zouden voorbijgaan, voordat de verwezenlijking van zijn wensch in 1864 door Thorbecke gedecre-

]) Respectievelijk op een tractement van ƒ 700 en ƒ 350.

Sluiten