Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teerd worden zou l) ? De uitleening — bij de Nationale Bibliotheek slechts voor een beperkte categorie van personen en onder Lodewijk Napoleon in het geheel niet toegestaan — was thans veel liberaler geregeld. Binnen de residentie kon de Bibliothecaris voor een tijd van veertien dagen boeken uitleenen; buiten Den Haag was echter speciale autorisatie van den Minister noodig. Een nieuwe belangrijke bepaling — al is daaraan nooit de hand gehouden — was ook het voorschrift van een algemeene revisie gedurende de acht dagen na Paschen, waarin de bibliotheek voor het publiek gesloten was. Ten slotte had Holtrop nog een, in de instructies opgenomen, verlenging van den werktijd van het personeel bepleit en verkregen, zoodat dit 's winters van 10—4 uur en 's zomers van 9—3 uur aanwezig moest zijn 2).

Het reglement en de instructies, bij schrijven van den 25®" Januari 1837 door den Minister gearresteerd3), maakten het Holtrop mogelijk om — dank zij de langere werkuren — met de ordening van de bibliotheek snel voortgang te maken. Daartoe was vóór alles noodig een einde te maken aan den chaos op de tweede verdieping van het gebouw, waar de verzamelingen van Dillenburg, Gérard en Tongerloo nog maar voorloopig in de kasten waren opgeborgen en voor zoover daar geen plaats was, op den vloer waren gelegd. Aangezien de kasten op die verdieping niet voldoende plaats boden, moest men ruimte winnen, wat het gemakkelijkst kon gebeuren door de vele dubbele, die in de verschillende verzamelingen gevonden werden, uit te zoeken en voorloopig naar den zolder over te brengen. Een buitengewoon omvangrijke arbeid, voornamelijk verricht door den amanuensis en den schrijver, was daarvoor noodig; ruim 20.000 banden moesten vergeleken worden met het resultaat, dat 4000 werken dubbel werden verklaard.

Het was echter om verschillende redenen gewenscht de bibliotheek zoo spoedig mogelijk van deze doubletten te bevrijden. Men won daardoor opnieuw veel plaats, die binnen korten tijd noodig zou zijn, terwijl tevens de opbrengst van een verkoop dezer werken

1) Naar aanleiding van een vraag in het Voorloopig Verslag v. d. Tweede Kamer op de Staatsbegrooting van 1865 (Bijl. Handel. 1864—'65, 335) gelastte Thorbecke bij schrijven van 2 Nov. 1864 de dagelijksche openstelling, die op 5 November werd ingevoerd.

2) In zijn voorstel had Holtrop voor den zomertijd als uren genoemd: van 9—3 en van 5—7 uur. De Minister had de laatste uren echter niet als regel willen stellen. Vóór dien tijd waren de werkuren van 10—3 uur.

3) Voor den tekst van het reglement zie Bijlage 4.

Sluiten