Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toestand ook voor de beide Bibliothecarissen geweest moet zijn, met name in de periode, dat daaraan bijzondere scherpte werd verleend door Thorbecke's stugge persoonlijkheid, toch dienen wij te bedenken, dat zijn meeningsverschil met Holtrop ook een dieperen grond had. Holtrop was in dit stil gevecht de wetenschappelijke bibliophiel, die streed voor het behoud van de zeldzame boeken, welke naar zijn meening nergens beter dan in een verzameling als de Koninklijke Bibliotheek konden worden bewaard. Hoewel hij ook wel degelijk oog had voor de wetenschappelijke taak van de bibliotheek, achtte hij het aankoopen van allerlei moderne studieboeken niet van primair belang en oordeelde, dat ook met zijn bibliotheekpolitiek de wetenschap gediend was. Niet te ontkennen valt het echter, dat Holtrop zich wel eens verleiden liet tot het aankoopen van werken, die door hun uitvoering zeer veel geld kostten en daardoor groote gaten sloegen in het geringe budget der Koninklijke Bibliotheek, zonder dat men van hun aanwezigheid veel nut kon verwachten. Daartegen vooral kwam Thorbecke op, die de bibliotheek allereerst in haar onmiddellijke sociale functie zag, welke haar de verplichting oplegde „bij" te zijn op verschillende gebieden van wetenschap, zonder dat men daarom minder belangrijke actueele geschriften behoefde aan te schaffen. Al ging hij, wars van transigeeren, meermalen te ver, hij was hier ongetwijfeld moderner dan Holtrop, hoezeer ook deze met zijn standpunt in vele gevallen gelijk had. Het is ten slotte een van de moeilijkste vraagstukken voor den bibliothecaris, die nog schier dagelijks „die bange Wahl" tusschen deze twee opvattingen heeft.

Thorbecke's optreden in dezen was gegrond op persoonlijke overwegingen en kan niet beschouwd worden als het standpunt van het Departement. De Referendaris, chef der afdeeling Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, Mr. H. Vollenhoven zal ongetwijfeld slechts noodgedwongen zijn medewerking hebben gegeven. Gedurende de 32 jaren, dat Vollenhoven dezen post bekleedde, heeft hij steeds de belangen der Koninklijke Bibliotheek, met welker Bibliothecarissen Holtrop en Campbell hij persoonlijk bevriend was, voorgestaan, al dient erkend te worden, dat eerst onder zijn opvolger De Stuers de bibliotheek gelegenheid kreeg zich te ontwikkelen 1).

1) Voor Vollenhoven zie het levensbericht door A. C. van Heusde in de Levensberichten v. d. Mij. d. Ned. Lett. 1889—'90, blz. 145—192. Nog tijdens de korte periode van zijn advocatuur in Den Haag had Vollenhoven reeds nauw contact met de K.B. gehad, doordat hij in 1839 toestemming kreeg

Sluiten