Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bibliotheek op te nemen gedeelte te geven, werd men het al spoedig over een koopsom van ƒ400 eens. Voor dit zeker niet overdreven groot bedrag werd dan ook op Holtrop's voorstel door de Regeering bij Koninklijk besluit van den 15e" November 1854 de geheele collectie aangekocht met de bepaling, dat het staatkundige gedeelte in het Rijksarchief en het letterkundige gedeelte in de Koninklijke Bibliotheek geplaatst moest worden. De collectie Cuperus vormt daar sindsdien een belangrijk onderdeel van de handschriftenafdeeling, dat nog steeds op een bewerker wacht.

Al deze aanwinsten intusschen werden verre in de schaduw gesteld door Van Westreenen's legaat aan het Rijk. Den 22en November 1848 was de Directeur der Koninklijke Bibliotheek, W. H. J. van Westreenen van Tiellandt gestorven en had bij testament, dateerende van 18 November 1848 zijn huis, zijn verzamelingen en zijn vermogen aan den Staat der Nederlanden vermaakt. Die verzamelingen bestonden uit Egyptische, Grieksche en Romeinsche oudheden en munten, Italiaansch, Fransch, Delftsch en Japansch aardewerk, maar vooral uit een zeer opmerkelijke collectie handschriften en boeken. Voor een deel waren deze laatste afkomstig uit de bibliotheek van Mr. Johan Meerman, den vroegeren Directeur-generaal van Kunsten en Wetenschappen onder Lodewijk Napoleon, die tijdens zijn leven bij voortduring handschriften en boeken verzameld had, zoodat hij, toen hij den i9en Augustus 1815 stierf, een buitengewoon omvangrijke en kostbare bibliotheek naliet. Toen na den dood van zijn echtgenoote in 1821 Meerman's testament van kracht werd, bleek het woonhuis met de zich daarin bevindende verzamelingen aan de stad 's-Gravenhage te zijn gelegateerd, die echter het betreurenswaardige besluit nam het legaat wegens de kosten, aan het onderhoud der bibliotheek verbonden, niet te aanvaarden. Zoo is in 1824 de Bibliotheca Meermanniana, een van de fraaiste verzamelingen, die ooit binnen onze landsgrenzen bestaan heeft, publiek verkocht, waarbij de grootste schatten naar het buitenland verdwenen. Slechts een van Meerman's erfgenamen, Van Westreenen, die tevens executeur was, kocht, begrijpende, wat hier op het spel stond, voor ruim ƒ 11.000 aan handschriften en boeken, die sindsdien een onderdeel van Westreenen's verzameling vormden 1).

Het was daarom, dat volgens een van de bepalingen in Westree-

') Zie A. J. de Mare, De boekerij van Mr. Johan Meerman, in: Die Haghe, Jaarboek 1924, blz. 364—389.

Sluiten