Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een bericht in het Dagblad van 's-Gravenhage van 6 Oct. 1852 van Holtrop's hand gaf een overzicht van den inhoud van het Museum. Het was een bont geheel van zeer uiteenloopende waarde, maar waarvan toch de Egyptische, Grieksche en Romeinsche oudheden tal van stukken van groot belang bevatten. Verder was er een collectie antieke en moderne medailles en munten, die ongeveer 10.000 stuks groot was. Hoofdzaak waren echter de handschriften en boeken: naast de gewone boekerij van omstreeks 15.000 deelen waren er meer dan 300 handschriften, 1233 incunabelen w.o. ± 250 Nederlandsche, 415 Elzevier-drukken, een groot aantal werken, op perkament gedrukt, meer dan 2200 pamfletten over de Nederlandsche geschiedenis, benevens een uitgebreide brievenverzameling van de Meermans en van Westreenen x). Vele der handschriften sloten door hun miniaturen nauw aan bij het bezit van de Koninklijke Bibliotheek en konden voor een deel zelfs met de kostbaarste schatten dezer bibliotheek op een lijn gesteld worden: „La Cité de Dieu" van Augustinus en de kroniek „La Bouquechardière", beide uit de i5e eeuw met prachtige aan Foucquet herinnerende miniaturen, de Bijbel van Karei V, in 1371 door Jan van Brugge en anderen verlucht, de eveneens uit de bibliotheek van dien koning stammende Ethica van Aristoteles, de Rijmbijbel van Maerlant, in 1332 door Michiel van der Borch geïllumineerd — zij alle behooren tot de grootste schatten van het Museum en tevens tot de fraaiste voorbeelden van Middeleeuwsche boekkunst, die ons land bezit2).

Zeker niet minder belangrijk dan de handschriften waren de i5e eeuwsche drukken. Voor Westreenen had, gelijk dat bij vele bibliophielen van dien tijd het geval was, het vraagstuk van de uitvinding der boekdrukkunst in het centrum zijner belangstelling gestaan en hij had dus zeer systematisch en met groote kennis van zaken de voortbrengselen der vroege boekdrukkunst verzameld. Blokboeken en Costeriana waren in groote hoeveelheid voorhanden, terwijl tal van zeer zeldzame incunabelen hier in ongewoon fraaie exemplaren te vinden waren 3). Voor de Koninklijke Bibliotheek was dit van

') Holtrop's cijfers zijn door het latere onderzoek nog eenigszins gewijzigd. De catalogi der incunabelen geven als totaal 1278, een getal, dat heel wat grooter wordt, als men de dubbelen meetelt.

2) Zie A. W. Byvanck, Les principaux manuscrits a peintures de la Bibliothèque Royale des Pays-Bas et du Musée Meermanno-Westreenianum a La Haye. Paris, 1924, p. 96, 104, 110, 126, 128.

3) Men vergelijke den Catalogus van de incunabelen (Dl. I bewerkt door P. Bonaventura Kruitwagen, Dl. II door Mej.R.Pennink). Den Haag, igii-'2o.

Sluiten